
1. Zorg voor een duidelijke, professionele en herkenbare foto. In het geval je op meerdere sociale netwerksites actief bent, gebruik dan overal dezelfde foto. Helemaal als er nog andere mensen op LinkedIn actief zijn met jouw naam kan een foto bijdragen aan je herkenbaarheid.
2. Formuleer je titel extern gericht. De titel moet uiteraard dicht liggen bij je formele functietitel. Maar je titel moet ook aansluiten bij de dingen waar je 80% van je komende week aan wilt besteden.
3. De blauwe ‘headline’ van je LinkedIn profiel wordt grotendeels automatisch samengesteld op basis van wat je in je profiel zet. Met uitzondering van:
a. websites; LinkedIn geeft je de mogelijkheid om 3 ‘links’ op je profiel op te nemen. Neem hier bijvoorbeeld een link op naar de organisatie waar je werkt, de vereniging waar je vrijwilligerswerk doet, je eigen website, je Facebookpagina of naar een weblog waar je bijdrages voor schrijft.
b. public profile; Voor de vindbaarheid van je profiel door Google helpt het als je je eigen LinkedIn website adres aanpast aan je eigen naam: www.linkedin.com/in/jouwnaam.
4. Schrijf vervolgens een korte ‘summary’ waarin duidelijk naar voren komt wat je doet, wat het resultaat is en waarom je dat doet.
a. het ‘wat’ betekent activiteiten, producten en diensten. Dit zijn zichtbare en vergelijkbare activiteiten die wellicht ook in je functieomschrijving staan.
b. het ‘resultaat’ is waar je het eigenlijk voor doet
c. het ‘waarom’ sluit aan bij je persoonlijke drijfveren, visie, missie, idealen en ambitie. Waar je geloof je in en wat zet jou in beweging.
5. Onder de optie summary is een aparte optie voor het invullen van jouw ‘specialties’. De specialties kunnen liggen op het gebied van een inhoudelijke expertise (arbeidsmarktcommunicatie, bodemsanering, social media). Maar je ‘specialties’ kunnen ook liggen bij een competentie (helikopterview, initiatief, interpersoonlijke sensitiviteit) of bij een branche (overheid, transport, retail).
6. Experience; het gedeelte van je profiel dat de meeste ruimte in beslag mag nemen: je ervaring. Het overzicht van je ervaring draagt bij aan je geloofwaardigheid voor de dingen waar je voor gevraagd en aanbevolen wilt worden. Je ‘experience’ omschrijving bestaat uit:
a. organisatie; hier kun je niet zoveel invloed op uit oefenen;
b. titel; hiermee kun je enorm sturen. Je hoeft niet te liegen, maar je mag/moet wel logica brengen in wat je gedaan hebt en wat je wilt doen. In de titel kun je allerlei termen toevoegen die de bezoekers van je profiel een richting op helpen denken: interim, strategisch, creatief, specialist of senior;
c. periode; ook hier weinig te beïnvloeden, maar probeer het aantal ‘gaten’ te beperken;
d. toelichting; hier ligt de kans om een aantal sprekende projecten, werkzaamheden en resultaten te beschrijven. Hiermee kun je mensen duidelijk maken wat je gedaan hebt maar vooral ook wat je wilt doen. Je hoeft niet volledig te zijn, kies een paar projecten uit waar je met plezier en succes op terugkijkt en die sprekend zijn voor de dingen die je in de toekomst ook wilt doen.
7. Education; hiervoor geldt dat de basis is de titel en de onderwijsinstelling. Vervolgens kun je een korte omschrijving geven van specifieke vakken, modules, scripties of onderzoeken. Ook verenigingen waar je lid van bent geweest tijdens je studie kun je hier vermelden.
8. Additional Information; een manier om iets meer over jezelf te vertellen. Je kunt hier interesses/hobby’s en de groepen zichtbaar maken waar je lid van bent. Dit biedt anderen de kans om te kijken waar het raakvlak met jou zit. Een gedeelde hobby, interesse of groep draagt bij aan en positieve beeldvorming.
9. Personal Information en contact settings beschrijft hoe mensen je kunnen bereiken en waarvoor ze je mogen benaderen. Bij personal information kun je je adresgegevens invullen. Bij contact settings kun je aangeven of je open staat voor een nieuwe baan, nieuwe projecten of dat mensen je mogen benaderen voor referenties.
10. Extra toevoegingen; LinkedIn biedt tal van mogelijkheden om je profiel te verrijken met informatie over jezelf, maar vooral over de dingen waar je je mee bezighoudt en het werk dat je doet en oplevert waaronder: presentaties, files, publications, languages, polls, portfolio, skills, events, blogs, reading list, tweets en travels.