41% bedrijfsleven stimuleert online personal branding

11 augustus 2010 - Door: Tom Scholte

Uit een uitgebreid onderzoek van King Fish Media blijkt dat 41% van de Amerikaanse bedrijven individuele medewerkers stimuleert online actief te zijn. Ruim tweederde van de gevraagde bedrijven zetten social media in om de organisatie als geheel te promoten. Dat is aanzienlijk meer dan de 41% die ook medewerkers individueel stimuleert om zichzelf online te ‘promoten’. Toch vind ik dit een hoge score. Bij Nederlandse bedrijven hoor ik het namelijk nog zelden dat individuen actief gestimuleerd worden om zich online te manifesteren.

Wat me daarbij wel opvalt is dat het hele social media gebeuren nog voornamelijk onder de verantwoordelijkheid van marketing valt. Bij nog geen kwart van de bedrijven valt het onder algemeen ‘management’. Misschien logisch vanuit de oorspronkelijke internet inzet: reclame maken. Maar een gemiste kans om juist (zo goed als) alle medewerkers in te zetten om zichzelf en daarmee hun werkgever, producten en diensten positief te manifesteren. Elk zichzelf respecterende professional heeft inmiddels een LinkedIn account en daarop op zijn minst enkele tientallen connecties.  Als vanuit (strategisch) management de online personal branding richtting gegeven zou worden, zou die marketing wellicht niet meer nodig zijn.

één grote reis

10 augustus 2010 - Door: Tom Scholte

nachttrein-bangkok

Afgelopen maand was ik na 20 jaar terug in Azië. Nu met mijn gezin om te ontdekken of reizen met kinderen kan. En het kan. Een verzameling van bussen, nachttreinen en vliegtuigen bracht ons van Bangkok via Nong Khai naar Vientiane. Vervolgens naar Vang Vieng en Luang Prabang. Van daar naar Hanoi, Halong Bay en Hoi An. En toen via Bangkok weer naar huis. 20 jaar geleden heb met rugzak een jaar gereis door Australië en Azië. Die reis kan ik nog helemaal uit tekenen en het beste wat ik me herinnerde is elke dag kunnen kiezen waar te gaan: links, rechts of toch nog even blijven hangen.

metrobangkok

Het gevoel van het ontbreken van een ‘status quo’. Zodra je ergens bent weet je dat je weer weg gaat. Het reizen is het doel, en er is geen bestemming. Dit was even uitleggen aan een 6 jarige die normaal bij het instappen van een auto of bus al vraagt: “zijn we er bijna?”. We waren er dus nooit, of beter gezegd we waren er de hele tijd.

station_danang1

Tijdens de voorbereiding hadden we het dan ook steevast over reis en niet over vakantie. Het aantal dagen was bekend, de route allerminst. De aanpak ontwikkelde zich gaande weg. Hoe indrukwekkend een vliegtuig, olifantenrit of ‘homestay’ ook was geweest, een zwembad werd ook overal gevonden. En zolang je in hoofdlijnen de Lonely Planet blijft volgen is er na een paar dagen plakrijst en noodle-soep altijd wel ergens een pizza te vinden.

vliegveld-luang-prabang

Een maand is natuurlijk eigenlijk te kort. Zeker als je ‘backpackers’ tegen komt die 6-11 maanden op pad zijn. De ‘reizende’ levensstijl is echter wel iets om vast te houden. Jezelf dwingen het onbekende te verkennen, nieuwe mensen te ontmoeten en elke situatie niet als doel te zien maar als tussenstop om een ervaring op te doen, een verhaal te halen en dan weer verder te gaan. Want een mooi verhaal is het wel: achterop bij je dochter van 6 op een 125cc motor langs het strand van Vietnam.

meer foto’s

personal branding: sense and simplicity

23 juni 2010 - Door: Tom Scholte

Tot een paar jaar geleden had Philips de slogan: ‘Let’s make things better‘. De eerste vraag die zo’n slogan oproept, is of deze voor de interne medewerkers bedoelt was. Of dat de stelling gericht was op de (potentiële) kopers van hun producten. Duidelijk was dat het Philips ging om de kwaliteit. Heel erg goede producten maken. Misschien wel de beste producten in hun soort.

Deze koers wordt ook nog door veel professionals gevolgd: de beste in hun soort willen zijn. En een focus op kwaliteit is natuurlijk een voorwaarde om gekozen en gevraagd te worden. Zowel binnen je organisatie als door externe opdrachtgevers. Die kwaliteit van je werk, de inhoud, is echter niet meer voldoende om onderscheidend te zijn.

Het is niet alleen een veranderd inzicht, het is ook de ontwikkeling van zowel de kwaliteit van producten, de toegang hiertoe en de vergelijkbaarheid. Als ik een 56 inch kleuren televisie zoek ga ik niet gelijk naar de dichtstbijzijnde elektronicazaak. Ik ga bijvoorbeeld naar Beslist.nl.  Daar zoek ik op product en eigenschappen en zie dat een dergelijke televisie van verschillende merken in verschillende prijsklassen aanwezig is. En dan is het maar zeer de vraag of de Sweex van minder kwaliteit is dan de Philips.

En zo is het ook met professionals en professionele dienstverleners. De kwaliteit, de toegang tot en de vergelijkbaarheid op functionele kenmerken is veranderd. En daarmee is een focus op alleen de kwaliteit: heel goed en heel hard werken levert wellicht hele goede producten, maar dat is niet meer genoeg.

Philips koos in 2004 een andere koers, de koers van het gevoel en de beleving: sense and simplicity. In het bovenstaande filmpje komen de producten niet eens meer in beeld. De kwaliteit van de producten zal er niet minder op geworden zijn. Volgens Interbrand heeft deze koerswijziging de merkwaarde van Philips tussen 2004 en 2009 doen verdubbelen.

Het leveren van kwalitatieve goede producten en diensten is uiteraard de voorwaarde. Maar ook professionals zijn tegenwoordig makkelijker vergelijkbaar. En moeten dus een meerwaarde bieden in de dingen die ze doen, de verhalen die ze vertellen. Om op deze manier een gevoel en beleving te creëren om onderscheidend te zijn en bewust gekozen te worden.

personal branding: Andre Agassi

20 juni 2010 - Door: Tom Scholte

agassi1

Andre Agassi was 20 jaar professioneel tennisser. Een keuze die zijn vader voor hem gemaakt had nog voordat hij geboren was. Toen hij 6 was moest hij elke dag 2.500 ballen slaan die door een machine (De Draak) op hem af werden gevuurd. Hij had talent, hij had de wil om altijd te winnen en daarnaast zijn vader die dagelijks tegen hem stond te schreeuwen dat hij harder moest slaan.

In “Open, een autobiografie”, beschrijft Agassi zijn leven van zijn 6de tot zijn 36e. Het boek heeft me van de 1e tot de 469e bladzijde geboeid. Het is me ook nogal een leven wat Agassi heeft gehad. En vooral het feit dat hij tennis altijd gehaat heeft, maakt het zo’n bizar verhaal. Agassi is altijd geleefd en heeft eigenlijk geen een beslissing zelf kunnen nemen. Dit veranderde op het moment dat hij met zijn foundation is begonnen. Al tijdens zijn actieve loopbaan vond hij een doel om voor te tennissen. Een doel om zijn naam zo groot mogelijk te maken en zoveel mogelijk geld bij elkaar te spelen. En dit doel was, hoe kan het ook anders, het bieden van kansen aan kinderen. Tennis werd een middel om zijn persoonlijke doelen na te streven en te realiseren. Om anderen iets te bieden wat hij zelf niet gehad heeft. Een inspirerend boek dat ik van harte kan aanbevelen, ook voor mensen die niets met tennis hebben. Inspiratie voor mensen die iets van hun leven willen maken, maar ook stof tot nadenken voor mensen die denken Agassi te kennen of een mening over hem hebben.

Het is Agassi gelukt om meer te zijn dan de tennisser. Het is wel een voortdurende zoektocht geweest van tientallen jaren, maar hij heeft heel aardig gevonden wie die is en wat hij daar mee wil, en dat is indrukwekkend om te lezen.

Agassi was eind vorig jaar ook bij De Wereld Draait Door. Zie ook het verschil tussen de mensen Krajicek en Agassi in het filmpje. Ben benieuwd wat jij daarvan vindt.

slapende-man

Wat is jouw eerste online activiteit als je wakker wordt? Dat lijkt op zich een vraag van weinig betekenis. Het antwoord op deze vraag blijkt echter wel degelijk een relatie te hebben met hoe je in je werk staat. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat mensen die ‘s ochtends als eerste hun mail checken taak-georiënteerd zijn. Daarnaast zijn deze mensen functioneel ingesteld: op zoek naar relevante informatie en antwoorden op vooraf geformuleerde vragen. Mensen die echter de dag beginnen door een social network site als Facebook, Twitter of LinkedIn te bezoeken, zien dit ook gedurende de rest van de dag als een belangrijk medium om informatie te delen.

116294

Mensen die de dag met een bezoek aan een social network site beginnen verbinden zich op een andere manier aan organisaties, producten en… mensen. Mensen die informatie op social netwerk sites delen blijken dit ook te doen vanuit een andere reden: ze geven meer om degene(n) met wie ze het delen. Wordt informatie via e-mail gedeeld, dan heeft het weer meer een functioneel karakter.

Om jezelf een personal branding mindset aan te meten, kun je beginnen met de dag te beginnen met het checken van social netwerk sites. Die mail komt later wel. Denk en werk volgens het ‘delen’ principe en ga uit van de ander en niet vanuit jezelf en vanuit het functionele alleen. Wat kun jij op welke manier voor anderen betekenen? Het aardige van delen via social network sites is dat informatie langer en voor meer mensen beschikbaar is. Ook is het voor anderen makkelijker te vinden en weer verder te delen.

personal branding: beste team of beste spelers?

15 juni 2010 - Door: Tom Scholte

beste_team

Nederland won gisteren met 2-0 van Denemarken. Nou heb ik zelf geen verstand van voetbal. Er was echter wel iets dat me opviel bij een aantal mensen die voor een camera hun mening over de wedstrijd mochten geven. En dat was de opmerking of van Marwijk het beste team had opgesteld of de beste spelers. Deze vraag spreekt me aan omdat ik denk dat deze vraag in organisaties te weinig gesteld wordt. In veel gevallen wordt een medewerker aan een functie gekoppeld (rechts back, links back, rechts half, etc) zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kwaliteiten van een professional. En dat terwijl veel organisaties daar vaak aanzienlijk meer ruimte voor bieden dan een voetbal elftal. Zeker bij organisatieveranderingen, fusies of saneringen hebben organisaties te maken met een gegeven aan medewerkers (spelers). Maar ook in andere situaties komt het vaak voor dat verwachtingen niet duidelijk worden geformuleerd of niet aansluiten bij de talenten en eigenschappen van de professional.

Voorwaarde voor het kunnen opstellen van het beste team is kennis en oprechte interesse in de medewerkers. Je mag je omgeving natuurlijk wel helpen om jou en je talenten en toegevoegde waarde optimaal te leren kennen. De omschrijving van de posities hier, biedt een mooi startpunt om jezelf eens te omschrijven. Sowieso werken metaforen vaak goed om uit te leggen wie of wat jouw rol in een team kan zijn.

personal branding: what’s in a name?

6 juni 2010 - Door: Tom Scholte

afbeelding-161

Tja, “what’s in a name”? Dat vraag ik me nogal eens af. Shakespeare schreef (Act II, scene II, regel 45) er al over in Romeo en Juliet. Sinds afgelopen week kun je op de databank voornamen van het Meertens Instituut kijken hoe vaak jouw voornaam, per geboortejaar, voorkomt in Nederland.

In de tijd van Shakespeare maakt het ook minder uit. Nu is er Internet. Nu Googlen mensen zichzelf en anderen. Het hebben van een naam die iemand anders ook heeft is nu dus een groter probleem dan 10 (en 400) jaar geleden. Al sinds 2007 zijn er steeds meer ouders die de domeinnamen van hun kinderen vastleggen. Steeds meer mensen (vooral jongeren) zijn wel bewust bezig met wat er over hen op Internet verschijnt. Daar los je het probleem van de online identiteit van je naamgenoot echter nog niet mee op.

Nu is een naam dus wel van belang. En vooral de zoekresultaten bij jouw naam. Dat heel snel duidelijk wordt welke zoekresultaten bij jou horen en welke bij je naamgenoten.

Je kunt twee dingen doen op het moment dat je een naamgenoot met een sterke online identiteit (Opletten alle Tom Scholte’s) hebt.

In de eerste plaats verschillende online activiteiten aan elkaar linken met directe links. Dat je van het ene profiel, naar je andere profiel, weblog of website kunt doorklikken. Dan hoeven menen zelf niet te zoeken wat bij elkaar hoort. Dit kun je verder nog aanvullen door op al je profielen en pagina’s gebruik te maken van dezelfde foto. Ook dan weten mensen dat het om dezelfde persoon gaat. En dan bij voorkeur je ‘professionele’ foto ook op de minder professionele profielpagina’s.

Een tweede optie is een toevoeging aan je naam. Dat kan bijvoorbeeld een letter zijn zoals Peter R. de Vries (www.peterrdevries.nl) of de oplossing van zijn broer Wouter de Vries Jr. Je kunt ook een rol, eigenschap of functie aan je naam koppelen: “Trainer Jan de Boer”, “Creatieve Marieke Jansen” of de “Motivator Gerrit de Bruin”.

Dit kun je dan doorvoeren in je domeinnaam en je profielnamen.

4 criteria voor een authentieke personal branding

30 mei 2010 - Door: Tom Scholte

Op een authentieke manier aan je personal branding werken. Dat kan. Sterker nog, het is het makkelijkst en meest effectief als je dit doet vanuit authenticiteit. Maar wat is dat eigenlijk authentiek zijn? Hoe doe je dat en hoe toets je dat? In het boek “Personality not included” beschrijft Rohit Bhargava hoe merken authentiek kunnen ondernemen. De criteria die hij benoemt zijn ook toepasbaar voor persoonlijke merken. Als je je zelf, je ambitie en je activiteiten toetst aan deze criteria weet of je authentiek bezig bent en zo waargenomen zal worden.

100origineel

Waar kom je vandaan?
Hoe ben je gekomen op het punt waar je nu bent? Wat is je achtergrond en wat heb je meegemaakt dat je nu bent wie je bent en doet wat je doet? Een eerste criteria voor authenticiteit is om een oprecht en geloofwaardig verhaal te hebben dat deze vragen beantwoord. Op het moment dat je een integer en gedreven verhaal kunt houden heb je de eerste stap gezet. Misschien is het een pad van 10 of 20 jaar geweest om hier te komen. Misschien een zoektocht van de afgelopen jaren of juist een lang gekoesterde ambitie. Bijzonder is altijd om de biografie van mensen te lezen. Dit kan een boek zijn, of een half A4. Zolang het maar meer is dan een opsomming van feiten, functies en resultaten. Een toelichting op gemaakte keuzes en hoe mensen om zijn gegaan met (schijnbare) tegenslagen.

Straal passie en gedrevenheid uit.
Dit is een lastige, dit kun je namelijk niet faken. Zeker niet over een langere tijd. Hiervoor moet je iets doen waarvoor je echt gepassioneerd bent. Of wat ook kan, op een manier waarop je echt je passie kwijt kunt. Je moet echt bij jezelf zijn om die passie en gedrevenheid op te wekken en vorm te geven. Dit kun je niet van iemand (een organisatie, manager, klant of opdrachtgever) verwachten om het bij je los te maken. Passie is gemakkelijk te herkennen bij anderen. Voor anderen dus ook makkelijk om te zien of jij doet wat je leuk en belangrijk vindt om te doen.

Behandel al je contacten als individuen.
Dus niet ‘mijn collega’s’ of ‘de klanten’ of ‘het management’, maar zie die collega, je klant en de manager als afzonderlijke individuen. Als je de mensen om je heen op deze manier bekijkt, zul je de verschillen en de verschillende belangen zien. Je zult ze op een verschillende manieren en vanuit oprechte interesse gaan behandelen. Ook de rol die deze mensen kunnen spelen bij het bereiken van jouw doelen zal je op deze manier duidelijk worden.

Laat je motieven niet financieel gedreven zijn.
‘Zou je dit ook doen als je er niet, of aanzienlijk minder voor betaald zou worden?’ Zou je dit product of deze dienst ook aan die klant aanbieden als je verder denkt aan de factuur die je vervolgens mag sturen? Authentiek overkomen lukt niet als je de dingen doet alleen maar doet om er financieel beter van te worden. Dan lukt het waarschijnlijk niet eens om oprechte enthousiasme op te brengen en uit te stralen.

“He who shouts loudest has the floor”

18 mei 2010 - Door: Tom Scholte

bullhorn

Uit onderzoek (PDF)van de Sheffield Hallam University is gebleken dat hoeveelheid telt op social media sites als Twitter, Facebook en LinkedIn. Het onderzoek heeft plaatsgevonden via de netwerksite Livejournal.com. Een groep gebruikers is gevolgd en na verloop van tijd gevraagd om hun indrukken over andere gerbuikers te delen. En dit waren de voornaamste conclusies

“The more words a person had contributed, the more attractive they were rated by the other members of their community. The strongest factor was found to be the total number of words they had contributed over the week.”

“It’s not surprising then that we also found that the quantity of material a person had contributed was linked to their network size. Again the people who contributed the most had the most friends in their network.”

Dus waar ik een jaar geleden hier nog verkondigde dat het om luisteren en vragen stellen gaat, moet ik nu dus de aanvulling van het ‘zenden‘ maken. Het maakt je ‘online personal branding’ in ieder geval een stuk makkelijker, want er zijn niet zo heel veel mensen die online praten en inhoud toevoegen. En dan blijkt de ‘Swipple’s rule of order dus op te gaan: ”He who shouts loudest has the floor”.

The Google job experiment

16 mei 2010 - Door: Tom Scholte

Heb je jezelf wel eens gegoogled? En denk je dat andere mensen dat ook wel eens doen? En denk je, dat heel misschien directeuren van bekende bedrijven dat ook wel eens doen? En zou het kunnen, dat directeuren van bedrijven waar jij zou willen werken, dat ook wel eens zouden doen?

Alec Brownstein dacht van wel. En hij had gelijk. Hij koppelde een Google advertentie aan de namen van directeuren van bedrijven waar hij graag wilde werken. Hier legt hij uit hoe hij het aanpakte.

Dus stel dat jij wilt werken bij

  • Heineken; koppel dan je advertentie aan CEO Jean-François van Boxmeer;
  • KLM; koppel je advertentie aan de zoekopdracht aan de naam van algemeen directeur Peter Hartman;
  • Shell; dan verbind je jouw naam, url of LinkedIn profiel aan Peter Voser

Zorg wel dat er een strak LinkedIn profiel of zo’n geloofwaardige website achter zit als die van Brownstein.

Via Durch Cowboys.