167 – Kind zijn

6 juli 2015 - Door: Tom Scholte

kindzijn

Wat hakte er meer in, het ouder worden of het ‘niet meer kind zijn’. Hij wist het niet. Hij wist wel dat er van beide kanten op hem in werd gehakt. Het ouder worden tekende zich af met de grijze haren en met het afscheid van zijn jongste dochter van de lage school. Of zoals dat al enkele decennia heet: de basisschool. Ze leek het zelf ook met gemengde gevoelens te ervaren, die stoere dochter van hem. Ze keek uit naar wat komen ging en was toe aan een volgende stap. Aan de andere kant was die school, die klas, die juf zo ontzettend vertrouwd. Maar het was geen keuze, het was enkel een volgen. Hij zag het proces van zijn dochter. En hij zag ook zijn eigen proces. Het was geen keuze; het was een volgen.

Het ouder worden hakte op hem in. Het leven was serieuzer geworden. Het leek erop dat hoe meer je wist van het leven en hoe meer je mee had gemaakt, hoe minder glans er te bespeuren was. Hij zag vrienden een huis kopen, anderen kochten een boot en sommigen allebei. Het waren aankopen waarmee je de rit uit kunt zitten. Wat zou hier na komen? Misschien wel helemaal geen ander huis meer. Misschien was dit wel het laatste huis dat ze ooit zouden kopen. Het zou zomaar kunnen. Dan ben je oud. Dan ben je voorbij oud. Dan ben je ver voorbij het kind zijn.

Wanneer verlies je je kind zijn? Is dat het punt waarop je uit gaat als je ouders al slapen? Of is het wanneer je het huis uit gaat? Is het wanneer je zelf vader/moeder wordt? Of is het wanneer je je eigen vader of moeder verliest. Vandaag 19 jaar geleden zag hij zijn moeder voor het laatst op de been. Ze speelden een potje scrabble, wetende dat het niet meer lang zou duren. Maar dat het de een na laatste dag zou zijn, dat had niemand hen verteld.

‘Kind zijn’ is zorgeloos leven (als je in het goede deel van de wereld geboren bent). Is ultiem leven in het moment. Kinderen stellen veel vragen maar stellen zich zelf ook heel veel vragen niet. De wereld van ijsjes, Minecraft, de schoolmusical en de laatste schooldag. En dan af en toe terugkijken naar de foto van klas 6/ groep 8.

166 – Dat haal ik nooit

5 juli 2015 - Door: Tom Scholte

duinen

Het was een warme zondagochtend en hij maakte met zijn vader een fietstocht door de duinen. Hij had een prachtige mountainbike met 18 versnellingen. En toch was het nog steeds zwaar en vermoeiend. Hij was nu acht en vond zichzelf al een groot. Maar die benen van zijn vader waren wel een stuk langer, die kregen die trappers veel gemakkelijker rond. De zon brandde op zijn hoofd. Hij had zijn T-shirt al uitgedaan en fietste nu in zijn witte hemd. Ze zouden bij het strand even een duik nemen, maar waar bleef het strand? Ze fietsten nu een duin op. Dat ging al redelijk zwaar. Hij wist eigenlijk niet goed hoe hij zijn versnelling moest zetten. Moest je nu juist zwaar trappen of juist heel licht als je omhoog fietste? Als hij zwaar zou trappen, dan zou hij sneller boven zijn, maar licht voelde eigenlijk lekkerder. Hij was ook bang om te schakelen dus liet hij het maar zo. Nog een paar trappen en hij was boven. Daarachter zou vast de zee liggen.

Toen ze boven waren zakte de moed hem in de trappers. Het fietspad ging naar beneden om na een paar honderd meter weer om hoog te gaan. “Daar achter die duin is de zee”, zei zijn vader. Hij kreeg het opeens heel warm. Het zweet brak hem uit. Hij dacht dat hij al leeg gezweet was, maar het kon blijkbaar nog meer. Terwijl hij even zijn benen stil hield in het stukje dat naar beneden liep, kwamen de woorden vanzelf over zijn lippen:”dat haal ik nooit”, hoorde hij zichzelf zeggen.

“Jawel hoor, als je maar goed schakelt”, zei zijn vader. Hij wist niet wat goed schakelen was. Hij wist ook dat hij die duin niet op zou komen. Ook niet met goed schakelen. Nog honderd meter en dan begon de klim. Hij had ze op TV wel eens heel steil een berg op zien fietsen. Zo voelde dit nu ook. Maar hij had niet zo’n racefiets. Hij had een zware mountainbike. Hij draaide wat aan de versnelling en zijn fiets trapte wat lichter. Dat was een opluchting. Maar nog was het zwaar, heel zwaar. Hij merkte dat hij langzamer ging fietsen. Toch raakte hij niet achterop bij zijn vader. Hoe kon dat nou? Zou zijn vader ook moe zijn? Zouden die lange benen dezelfde pijn ervaren? Net op het moment dat het langzaam fietsen over zou gaan in stilstaan, voelde hij een hand in zijn nek. De snelheid werd weer iets opgevoerd. Hij trapte nog wel, maar voelde dat dat een symbolische beweging was. Die lange benen waren nog lang niet leeg. Die trapten voor twee. Niet lang daarna waren ze boven en zag hij de zee waar hij zo naar uitgekeken had. “Zie je wel dat je het zou halen”, zei zijn vader. Met een trotse lach keek hij naar zijn vader. “Wie het eerst in de zee is” riep hij en hij begon te rennen. Van de pijn in zijn benen voelde hij niets meer.

165 – Golfles

4 juli 2015 - Door: Tom Scholte

realistische doelen

Hij stond op de green. Zijn golfleraar had 4 ballen op een afstand van ruim drie meter van de hole gelegd en vroeg: “hoeveel van deze ballen ga jij in een keer putten?” Hij dacht na en zei toen met een lichte onzekerheid: “ééntje moet er wel in een keer in gaan.” Zijn leraar antwoordde met een nieuwe vraag:”weet je dat zeker, weet je dat heel zeker, hoe groot is de kans dat één van deze vier ballen er in gaat?” Toen werd het stil.

Het blijkt dat pro’s nog geen 10% van de ballen op de green op een afstand van ruim 3 meter van de putt in een keer halen. Sterker nog; de par van elke hole is berekend op 2 slagen op de green. Je hebt altijd een slag nodig om de bal binnen 50 centimeter van de hole te krijgen. Pro’s halen vervolgens een score van 90% bij het uitputten van ballen binnen een halve meter van de hole.

Zonder ook nog maar zijn putter ter hand genomen te hebben, had hij al weer een hele waardevolle golfles te pakken. Of was het meer dan alleen een golfles. “Realistische doelen stellen”, zijn leraar was hem al voor. “Je moet realistische doelen stellen. Als jij denkt dat je die bal van drie meter gaat putten en je doet dat keer op keer niet, wat dus heel normaal is, dan kun je heel gefrustreerd raken. Het niet halen van een doel kan tot frustratie leiden, tot grote frustratie zelfs. Ik heb hier volwassen mannen briesend en stampend de baan af zien lopen omdat ze baan na baan meerdere slagen op de green nodig hadden. Er zijn er zelfs bij die met hun club op de baan beginnen te slaan.”

Realistische doelen stellen, daar ging het dus om. Hij pakte zijn putter en sloeg bal voor bal eerst op een afstand van 30-50 cm van de hole om die vervolgens allemaal in een slag te putten. Hij voelde zich de koning. Hij was klaar voor zaterdag wanneer hij met zijn jaarclub 18 holes zou gaan lopen. Hij had een realistisch doel: het spelen van zijn handicap, en hij wist hoe hij dat doel ging bereiken.

164 – Discipline

4 juli 2015 - Door: Tom Scholte

discipline
Drie keer in de week hardlopen.
Elke week het huis schoonmaken.
Regelmatig bij mijn oma langs.
Gezond eten.
Minder drinken.
Dagelijks mediteren.
De zolder opruimen.
Zelf startend zijn.
Die potentiële opdrachtgevers bellen.
Nadenken over mijn eigen toekomst.
De vakantie voor volgend jaar vast regelen.
De tuinset in de teakolie zetten.
Het grofvuil wegbrengen.
De ramen zemen.
M’n kleren uit zoeken.
Het gereedschap opruimen.
De BTW aangifte doen.
Die vrienden van vroeger weer eens uitnodigen.
Het terras van de mos ontdoen.
Elke dag een blog schrijven.

163 – Over 300 meter, u heeft uw bestemming bereikt

2 juli 2015 - Door: Tom Scholte

start

‘Over 300 meter, ga linksaf’, ze hoort het de vriendelijke vrouwenstem in de TomTom nog zeggen. Dat kan ik lopen dacht ze toen, dat moet ik zometeen lopen dachte ze ongeveer een uur geleden. Nu is het zover, nu staat ze aan de start van de 300 meter horden. Het is zeven uur ‘s avonds en een graad of dertig. Het is weer om aan het strand te liggen en een duik in zee te nemen. Wat doet ze hier op een atletiekbaan? Ze is niet de enige, zo’n 50 atleten hebben zich vanavond gemeld, voor zomaar een wedstrijd.

Ze heeft het startblok goed gezet. Dat is inmiddels een routine geworden. Bij een 80 meter luistert het heel nauw, daar moeten je stappen precies uitkomen. Bij een 300 meter horden komt het minder precies. Ten minste voor nu. Op deze afstand is ze nog een beginner. Ze heeft er nog maar een paar in wedstrijdverband gelopen. Komen daar dan de zenuwen vandaan? De afgelopen uren was de hartslag opgelopen en ze had geen hap door haar keel kunnen krijgen. Ze was veel nerveuzer dan voor al die toetsen uit de proefwerkweek. En hier had ze zich nog wel zelf voor opgegeven.

“Op uw plaatsen”, klinkt het. Ze start in baan ėėn. Niet de meest ideale positie. De bocht is kort en je kunt moeilijk inschatten hoe je het doet ten opzichte van de anderen. Je moet met je goede been uitkomen bij de horden, wat was ook al weer haar goede been. Alle training van afgelopen maanden leek verdwenen. Ze wist helemaal niets meer. Maar met het vergeten van alles, verdwenen ook de zenuwen, de hele buitenwereld verdween. Ze hoorde niets meer en zag alleen nog maar baan een voor zich en de eerste horde. Daar waren haar ogen nu op gericht. En de rest was weg. Het was stil helemaal stil in haar en om haar.

“Klaar”, hoorde ze door de stilte heen. Het was ook het woord waar haar stilte een eigen filter op had aangebracht. Het kwam binnen. En automatisch kwam het lichaam omhoog. De druk op haar vingers werd opgevoerd. De spanning in haar benen nam toe. Heel langzaam liet ze deze druk verder oplopen. Zonder dat je het aan de buitenkant zag liet ze haar gewicht in haar benen stromen. Die werden aangespannen en verder aangespannen. Het werden elastieken die haar elk moment konden gaan lanceren. Ze haalde nog een keer diep adem. Ze was rustig nu. Heel rustig. Dit was het moment waar ze van hield. De laatste seconde voordat het startschot klonk. Weten dat je lichaam zich automatisch in beweging zou gaan zetten. Ze wachtte haar tijd af want ze wist dat ze op haar lichaam kon vertrouwen. Als er een seconde is die voelt als een heel uur, is het de seconde voor het startschot. Alsof de tijd stil staat. Ze zou in deze tijd een boek hebben kunnen lezen. Deze seconde voelde ook als een cadeau als een heel waardevol geschenk dat ze zich zelf zo af en toe gunde. En toen ebde ook deze laatste gedachte weg en was het helemaal leeg en helemaal stil.

Het volgende moment was ze onderweg. De knal had ze niet gehoord. Die was precies gelijk gevallen met het oprijzen van haar lichaam. Nu was het begonnen, en daar was opeens die vriendelijke stem die zegt: “over 300 meter, u heeft uw bestemming bereikt”. Wat kan 300 meter ver zijn.

162 – OC070: bijzondere ontmoetingen

1 juli 2015 - Door: Tom Scholte

OC070

Dervin Sno begeleidt jonge mensen bij het maken van de belangrijke keuzes in hun leven. Dit kan gaan over onder ander studie en baankeuzes. Maar meestal gaat het verder. Vanuit eigen ervaring weet Dervin dat er veel op je af kan komen als je jong bent. Hij weet ook dat als je de verkeerde dingen doet, je jezelf uitput. De uitdaging is dan ook om ‘de goede dingen te doen’, dit zijn de dingen die bij je passen. Om dat te ontdekken en ook te doen, kun je bij Dervin terecht.

Micaela Romani is freelance tekstschrijver. Meer over haar op micaelaromani.nl. Dit kaartje is haar oude kaartje toen ze nog dacht een bureau te zijn. Nu ze wat langer onderweg is, wil ze gewoon zichzelf zijn. Micaela schrijft tektsten en redigeert teksten. Dat is waar ze goed in is en dat is waar ze energie van krijgt. Micaele houdt ook van verbinding, interactie met andere mensen is voedend, ook al doen ze heel wat anders. Mensen inspireren mensen.

Pascal Huisman was eerst ontwerper maar is nu programmeur. Voor € 50,- per maand doet hij het technisch beheer en het onderhoud van je website. En daar krijg je heel veel functionaliteiten bij, waaronder bijvoorbeeld een webshop. Pascal heeft het systeeem dat hij hiervoor gebruikt zelf gebouwd. Wat hij weet is dat zodra mensen en bedrijven een eerste versie van hun website hebben, ze pas weten wat ze willen en wat ze nog meer willen. Vandaar zijn aanbod.

Machella Boot brengt vrouwelijke ondernemers bij elkaar. Machella weet dat het optrekken vanuit gezamenlijkheid leidt tot synergie, tot nieuwe inzichten en tot… business. Vrouwen zijn daarin anders dan mannen. Machella richt zicht met haar netwerk, met haar platform en met haar workshops dan ook puur op vrouwen. Op deze manier wordt er kennis gedeeld vanuit ervaring en vanuit gedeelde ambities.

Nicolas Caron verhuurt vakantiewoningen in de omgeving van Nice. Dat doet hij vanuit NL. Een paar maanden per jaar is hij in Nice om contacten te leggen met eigenaren van vakantiewoningen en om zelf vakantiewoningen aan te kopen en te onderhouden. De vakantiewoningen hebben allemaal een verhaal en een bijzonder karakter. Net als Nicolas die ook op zoek is naar nieuwe business mogelijkheden vanuit zijn bestaande kennis, ervaring en middelen.

Ahmed Rbaibi is van de verkoop. Hij is verkoop. Ahmed geeft verkoop trainingen en ondersteunt organisaties bij het opzetten van hun verkooporganisatie. Verkoop is hierbij echter het middel, Ahmed wil namelijk mensen helpen en mensen blij maken. Het gaat om tevreden klanten, niet alleen vandaag, ook morgen en ook volgend jaar. Hoe leg je als ondernemer en als organisatie contact met mensen en organisaties die je nog niet kent? Vraag het Ahmed.

Peter de Hoog is een nieuw leasconcept aan het ontwikkelen. Dat doet hij in dienst van een dealergroep. Deze groep verkoopt auto’s van verschillende merken. In het verleden en ook nu nog worden auto’s verkocht aan leasemaatschappijen. De dealergroep dacht: ‘dat kunnen we vast ook zelf’. Hoe dat in zijn werk moet gaan, is Peter aan het ontwikkelen. Met zijn jarenlange ervaring in de leasewereld is dit ook voor hem persoonlijk een creatieve uitdaging.

Rick Hekman is ‘photographic designer’; hij maakt foto’s en bewerkt deze vervolgens. Is hij dan kunstenaar? Ja, ook. Maar Rick werkt ook in opdracht. Hij maakt fotoboeken voor organisaties die op een andere manier willen laten zien wat ze doen, welke resultaten ze bereiken en welke waarde ze creëren. Rick heeft een bijzonder oog dat anders kijkt en een bijzonder hoofd dat anders denkt. Daarmee weet hij werelden te ontsluiten waar je geen weet van had.

Johan Oudshoorn maakt video’s, films en filmproducties. Johan maakt niet alleen films, hij bedenkt ook videoproducties. Johan denkt mee met opdrachtgevers over de manier hoe een organisatie of een persoon in beeld kan worden gebracht. Johan brengt een extra laag aan in zijn producties. Hij brengt een boodschap of een gevoel over dat niet direct wordt verteld of in beeld wordt gebracht. Hij laat mensen dingen communiceren zonder dat ze het zelf zeggen.

Suzanne Schoenmakers is verandermanager. Suzanne begeleidt veranderingen binnen organisaties. Maar wat doet ze dan precies? Dat wisselt van dag tot dag en van uur tot uur. Ze doet wat nodig is om mensen anders te laten kijken, anders te laten denken, anders te laten communiceren en anders te laten werken. Je kunt Suzanne observeren, je kunt haar ‘nadoen’ maar het zal je niet lukken om dezelfde resultaten te bereiken. Daarvoor moet je gewoon Suzanne vragen.

OC070 is een maandelijkse Open Coffee en was vandaag bij Leonardolab Den Haag.

OC070pic

161 – Vindersloon

30 juni 2015 - Door: Tom Scholte

portemonnee

Ja, ik dacht al dat hij daar lag”. De portemonnee werd aangepakt en T.K. stapte op zijn fiets en reed weg. Tien minuten daarvoor was hij gebeld door een collega die hem doorverbond met de vinder van zijn portemonnee. Hij vroeg niet aan de vinder hoe hij hem getraceerd had, alleen waar de portemonnee gevonden was en van het fenomeen vindersloon had T.K. al helemaal nog nooit gehoord.

De vinder had bijna 10km met de portemonnee in zijn hand gelopen. Het was bijna aan het begin van zijn vaste hardlooprondje dat hij het ding in het bos op de grond had zien liggen. Een ook als bij de autosleutel gingen de gedachten razendsnel door zijn hoofd. Laten liggen of meenemen. En ook nu werd intuïtief de beslissing genomen. Alleen nu was die beslissing: oppakken en meenemen. Zonder naar de inhoud te kijken werd de portemonnee na het oppakken meegerend.

Bij thuiskomst bleek pas hoe groot de buit was: twee bankpassen, verzekeringspassen, ziekenhuis passen, een toegangspas van een kantoor, een OV kaart een rijbewijs en een afspraak kaartje van de tandarts. En dan nog € 50,- cash. Een mooie buit inderdaad. Hoe nu te werk te gaan. De voornaam en achternaam waren bekend. De vinder toetste de naam in op LinkedIn en voila daar kwam het profiel van de eigenaar al tevoorschijn. Een derdegraads-connectie, dus niet direct te benaderen. Maar hij had zijn werkgever keurig ingevuld. Een Nikki nam de telefoon op en vertelde dat T.K. nog niet op kantoor was. De vinder begreep dat omdat je zonder geld en OV kaart mogelijk lastig van DH naar Hoofddorp komt. De vinder werd doorverbonden met T.K. die het adres van de vinder noteerde.

De vinder was benieuwd naar het vindersloon. De kans was natuurlijk groot dat T.K. € 20,- uit zijn portemonnee zou halen. Dan zou de vinder zeggen dat dat echt niet nodig was. Maar wellicht kwam T.K. aan met een flesje wijn, whiskey of bosje bloemen. Daar ging de deurbel.

160 – Voor zover er al een ‘er’ was, hoorde hij ‘er’ niet bij

29 juni 2015 - Door: Tom Scholte

collegezaal

Samen met 350 anderen was hij verwachtingsvol aan zijn studie begonnen. Drie-hon-derd-vijf-tig inderdaad. Die pasten niet allemaal in de collegezaal. Ook op de trappen zaten studenten tijdens de eerste hoorcolleges. Daarna werd het snel minder. Daar was de organisatie op ingericht. Tijdens een van die eerste colleges was de professor gestart met de motiverende openingszin: “welkom, maakt u zich geen zorgen over de volle zaal, volgend jaar is de helft van u weer weg”.

Studeren op de universiteit, daar had hij eigenlijk helemaal geen beeld van gehad. Maar dit beeld was het in ieder geval niet. Het was alsof hij in het leger terecht was gekomen. Voor zover hij zich daar een voorstelling bij kon maken. Want die dans was hij ontlopen. Maar in het leger is het belangrijk en goed als er afspraken en procedures zijn, als niet iedereen maar zijn eigen gang gaat. Daar wordt gekookt in grote gaarkeukens waar iedereen gewoon het zelfde eet. Maar op een universiteit met 350 eerstejaars studenten moet je toch niet iedereen hetzelfde voorschotelen? Daar zijn deze jonge, zichzelf ontdekkende adolescenten toch niet gebaat bij een ‘one size fits all’ aanpak? Het miste zijn zelfstandigheid en de gelegenheid om zelf zijn eigen keuzes te maken.

Al snel was hij een van die studenten die zich de moeite van de weg naar de collegezaal bespaarde. De kloof met middelbare school was groot. Daar werden je ouders gebeld als je zonder melding afwezig was. Hier leek niemand het wat uit te maken. Het maakte ook werkelijk-waar niemand wat uit. Het werd niet opgemerkt. Ja, wel dat de collegezaal leger werd, maar wie er niet was, werd niet gemist. Het is vreemd hoe je in een groep van 350 eenzaam kunt zijn. Was dat Darwin die de wet van ‘het recht van de sterkste’ had geformuleerd? Die wet werd hier bevestigd. Voor zover er al een ‘er’ was, hoorde hij ‘er’ niet bij.

Toen kwamen uiteraard de onvoldoendes. Allemaal onvoldoendes.

Nu was het ontbreken van de drie basisbehoeften compleet. Zijn autonomie, zijn gevoel ergens bij te horen en de bevestiging dat hij ergens toe in staat was, waren alle drie in een paar maanden volledig verdwenen. En dat in een omgeving waar niemand dat in de gaten had en ook maar iets uit maakte.

159 – Summersale

28 juni 2015 - Door: Tom Scholte

summer

Het was weer zover: de uitverkoop. ‘Sale’ stond er met grote letters op de ramen van alle winkels. Het was zondagmiddag en het was tropisch warm. Een dag om met vrienden te borrelen in het park, een dag om naar het strand te gaan en een dag om te BBQ’en. Maar in ieder geval geen dag om met je vrouw naar de stad te gaan. En toch was het daar op uitgelopen. Ze waren inmiddels bij de tweede winkel. Zo’n winkel waar alles gratis lijkt; zo druk is het. Zo’n winkel waar je niet precies weet of dat T-shirt of die korte broek je nu wel of niet past. Zo’n winkel waar je moet passen. En wat is er erger dan op een broeierige zondagmiddag tijdens de uitverkoop naar de stad gaan? Precies: kleren passen op een broeierige zondagmiddag tijdens de uitverkoop.

Er stond een rij voor de pashokjes. En daar sta je dan met je 5 items. Samen met andere mensen sta je elkaars mogelijke aankopen te beoordelen. ‘Hmmm zou je dat echt wel passen? Zie je jezelf daar echt in lopen op vakantie?’ Van veel aankopen heb je het gevoel dat het absolute miskopen zijn. Je hoeft de kleren niet eens aan te zien om te weten dat ze absoluut niet bij degene passen. Waarom niet? Omdat het gewoon lelijke kleren zijn. Lelijke kleuren, in lelijke motieven. Combinaties waarvan je echt denkt, daar hebben mensen op de ontwerpafdeling weddenschappen op afgesloten: we gaan iets maken waarvan we zeker weten dat het niet verkoopt. En als het dan toch verkoopt, moet de ontwerper in kwestie een rondje broodjes kroket in de volgende lunchpauze doen.

Elkaars potentiële vakantiekleren beoordelen heeft nog een zeker gelijkwaardigheidsbeginsel. Mensen keuren jouw kleren af en jij die van een ander. Prima. Het wordt pas echt gênant als er iemand in de rij staat die dezelfde korte broek wil gaan passen. Dan hoef je hem al niet meer. Of het nou een afgetrainde surfboy is of een bierbuikdragende vijftiger, het werkt niet. Het werkt nu al niet bij de pashokjes en helemaal niet bij de kassa zometeen. En dan elke keer als je die korte broek aan doet, denken aan die ander die ook met diezelfde korte broek rondloopt. Wat een vertoning.

Het zweet breekt hem inmiddels aan alle kanten uit. Op het moment dat hij aan de beurt is om met zijn items het vrijgekomen pashokje te betreden, trekt hij het niet meer. Hij weet zich nog net te beheersen en geeft de kledingstukken af aan de vriendelijke verkoopster die net vroeg hoeveel items hij bij zich had. Hij draaide zich om en wierp een hulpeloze blik naar zijn vrouw. Daar gaan we weer dacht zij. ‘Wacht jij maar buiten schat, ik zoek wel wat leuke dingen voor je uit.’ Ook dit jaar had hij het van de summersale verloren.

158 – Levenloos

27 juni 2015 - Door: Tom Scholte

fietspad

Levenloos lag hij op het fietspad. Op deze zonnige dag. Het was eigenlijk een hele mooi dag in een hele mooie omgeving. De berm stond vol met bloemen, gele, witte, paarse en klaprozen. De zomer had de afgelopen dagen de bloemenpracht laten exploderen. Dit alles was volledig natuurlijk gegaan. De bloemen waren niet geplant en niemand had ze ooit water gegeven, behalve dan de regen. En deze natuur had hem ook zijn leven gegeven. Hij was geboren en gegroeid. En daar was vandaag een eind aan gekomen.

Een paar meter verder, raasden de auto’s gewoon door. Alsof het een dag als alle anderen was. En dat was het natuurlijk ook voor die auto’s en hun inzittenden. Die hadden van deze tragiek geen weet. En wat voor verschil zou het ook maken.

De hardloper zag hem wel. De blik van het dode lichaam werd de rest van het hardlopen meegedragen. Denkend aan wat hier eerder vandaag was voorgevallen. Want dat was na die ene blik niet duidelijk. Het leven was uit dit lichaam verdwenen, maar hoe was dit precies gebeurd? Was dat relevant? Op zich niet. De dood is een kwestie van accepteren. Maar je blijft tocht elke keer weer met vragen zitten. Zo ook vandaag. Je gaat nadenken over de dood en over het leven. Dat van jezelf en dat van de ander. Wat voor een leven was het leven geweest dat nu geen leven meer was? Hij was niet oud geworden. Het was zeker een heel levendig leven geweest. Vanmorgen had hij nog gespeeld met zijn broertjes. Ze hadden tikkertje gedaan. Er was gerend en gelachen op deze zomerse dag.

Nu was het klaar en was er een spreekwoordelijke punt achter zijn leven gezet. Deze veldmuis had zijn laatste adem uitgeblazen op dit fietspad. Nu was er alleen nog zijn lichaam. Levenloos.