71 – kiekeboe, word ik gezien?

31 maart 2015 - Door: Tom Scholte

kiekeboe

Dinsdagochtend 31 maart 2015. Ik drink koffie met mevrouw Scholte bij Boosty in de Frederikstraat in Den Haag. Dit is vakantie in eigen stad. Dit is vakantie in je eigen leven. Op een doordeweekse dag zomaar koffie drinken met je eigen vrouw. Het voelt meer nog alsof we op reis zijn. Deze koffie is namelijk niet gepland. Het idee ontstond een half uurtje eerder. En dan blijkt dat zo maar te passen. De dag is nu al goed. Maar het wordt nog beter als er even later een klein hoofdje om de hoek komt kijken.

Een jongetje, van net 1 schat ik zo, is de koffie tent aan het verkennen. Met van die glinsterende, donkere oogjes kijkt hij mij aan. En op het moment dat ik hem aankijk trekt hij zijn hoofdje gelijk weer terug. Hij lijkt zich betrapt te voelen, terwijl er (nog) geen kwaad geschied is. Gelijk daarna is het koppie weer terug nu met nog grotere guitige ogen, opnieuw draai ik mijn hoofd en kijk hem aan. Een brede glimlach verschijnt op het gezichtje. Dit spel herhaalt zich een keer of 5. Hij wil gezien worden, hij wil contact, en op het moment dat dat er is, is dat genoeg. Na 5 keer is het ijs gebroken en komt hij dichterbij. Het mooie is dat hij nog niet kan praten, alles wat hij wil en duidelijk wil maken moet hij doen met acties. Hij zoekt contact en doet dit door met zijn handje op de lege stoel naast mij te slaan. Hij wil gezellig bij ons komen zitten. Lekker zo’n latte drinken voor het raam en de wereld aan zich voor bij laten trekken. Hij waant zich net als wij in de trein van Den Haag naar Berlijn en knoopt onderweg met de andere reizigers een praatje aan. ‘Waar komen jullie vandaan, waar gaan jullie naar toe, hoe lang zijn jullie al onderweg?’ Hoe voelt bij ons overduidelijk het vakantiegevoel, geen haast, geen targets, geen doelstellingen en geen strijd. Puur momentje tijd vermorsen en kijken wat en wie er op ons pad komt.

Kiekeboe spelen. Dat zit er al in als we 1 zijn. Een biologisch en genetisch geprogrammeerde wens om als mens gezien te worden. En dat is voldoende. In je eentje kiekeboe spelen werkt niet. Dat is een keer leuk en dan voel je je eenzaam.

Kiekeboe spelen, is waar het om draait, we willen gezien worden, bevestigd worden in ons bestaan. Met hardlopen loop ik vaak langs de Koninklijke Stallen aan de Hogewal. Daar staan altijd mensen van de koninklijke marechaussee op wacht. En daar komen echt heel weinig mensen naar binnen. Het valt me op dat ze ook altijd contact zoeken met voorbijgangers. Om gezien te worden. Zodra ik naar ze kijk, krijg ik een hartelijk goedemorgen gewenst. De meeste mensen fietsen of lopen er gehaast voorbij en merken de marechaussee wellicht helemaal niet op.

Het mooie van kiekeboe spelen is dat het twee mensen blij maakt. Het enige wat je daarvoor hoeft te doen is de ander zien en zorgen dat de ander jou ziet. Een nanoseconde contact, bevestigt je bestaan.

Mocht je nou vandaag de hele dag niemand gezien of gesproken hebben om kiekeboe mee te doen. Of mocht niemand jou gezien hebben. Dan hier een tip: loop of fiets dan zo de straat op, zet een lichte vriendelijke glimlach op je gezicht en kijk naar mensen. Glimlachen hebben een magnetische en betoverende werking. Ik garandeer je dat je zo een paar glimlachen terug hebt. Een soort Kiekeboe voor grote mensen, dat is alles wat we nodig hebben voor een beetje geluk.

Het jongetje verlaat de trein. Hij zit vorstelijk op de arm van zijn vader. Vlak voordat hij ons verlaat kijkt hij nog een keer om. Hij gunt ons nog een laatste glimlach en wenst ons een goede reis. Wat een mooie reis is dit.

————————————————

Mijn dagelijkse column per mail ontvangen? Zet jezelf hier op de mailinglijst:


 

70 – Zullen we de bibliotheek van Den Haag re-branden?

30 maart 2015 - Door: Tom Scholte

boeken

Maandagmiddag 30 maart, locatie: de centrale bibliotheek van Den Haag. Wat een ongelofelijke partij boeken staat hier bij elkaar. En waar is het het drukste? Bij de 24 internet computers op de studie afdeling. Het is vreemd om te bedenken dat er blijkbaar ook in mijn eigen Den Haag mensen zijn die thuis geen toegang tot internet hebben. Mensen die ook geen laptop of smartphone hebben met een razendsnel en onbeperkt 4G abonnement. Deze mensen zitten hier tussen de boeken online te zijn. Wat is eigenlijk de missie of de ‘branding’ van de de bibliotheek vraag ik me af als ik hier zo loop. Ik heb bijna de hele dag aan mijn eigen nieuwe boek zitten schrijven: personal branding voor ZZP’ers. Vandaag heb ik het stuk geschreven waarom het zo leuk en belangrijk is om over je eigen betekenis na te denken. Dat het zoveel energie geeft als je dat voor jezelf helder hebt. Personal branding is later gekomen dan product en organisatiebranding. Maar de re-branding van de bibliotheek lijkt daar nog na te komen. Er is pas weer een bibliotheek gesloten hier in Den Haag. Maar is er dan geen toekomst voor de bibliotheek? Want het zal toch ook niet lang meer duren voordat wel iedereen toegang heeft tot internet? En dan zal de bibliotheek ook haar functie van internetcafé kwijtraken.

Nu zijn er in Nederland meer dan 1 miljoen mensen die, net als ik, iets met schrijven doen. Mensen die een blog schrijven of met een boek bezig zijn. Is het niet eens tijd om de functie van de bibliotheek om te draaien? In plaats van een plek waar je boeken gaat halen, dat het een plek is waar je boeken gaat schrijven. Dat je begeleid kunt worden bij het schrijven als vorm van zijn. En als vorm van gezien en gehoord worden?

Schrijven is wel een van de meest ongrijpbare activiteiten waar ik me de afgelopen jaren mee bezig heb gehouden. Schrijven is een vorm van zijn, van in het moment zijn, van zelf expressie van opgaan in je verhaal, volledig verdwijnen in je eigen toetsenbord, een worden met je laptop waar je verhaal uit zichzelf uit je vingertoppen stroomt. Schrijven is een pure geluksbeleving. Maar, dan heb je iets geschreven en dan heb je toch nog ergens de menselijke behoefte om je verhaal aan iemand te laten lezen. Het is als wanneer je net een reis door Azië hebt gemaakt, en daar ontzettend van genoten hebt. Je bent echt helemaal op gegaan in de cultuur, je hebt nasi gegeten uit bananenbladeren en al hobbelend op een olifant door de jungle gestruind. Dan kom je thuis, als je al wacht tot dat moment, en dan wil je zo snel mogelijk je verhaal vertellen en je foto’s aan iemand laten zien. Alsof dat overheerlijke vakantiemoment anders niet bestaan heeft. Zo is het ook met schilderen, zit je heerlijk ontspannen een hele avond te schilderen, vergeet je je werk met het gezeik van collega’s, vergeet je de hele wereld, ben je aan het eind van de avond klaar en wat doe je? Maak je een foto van het schilderij en zet je dat op Facebook.

Is schrijven dus eigenlijk net als alle andere dingen waar je gelukkig van wordt? Volgens mij is het toch anders. Als je een goed boek hebt gelezen, wil je het delen met iemand anders, Je wilt er over praten, over wat je opviel, raakte of verwarde. Bij lezen kun je jezelf even vergeten. Schrijven is juist jezelf ontdekken is iets open maken waarvan je niet weet wat erin zit. Mijn advies voor de centrale bibliotheek in DH: zet een paar uur per week het internet van die computers uit en laat de mensen schrijven. Geef ze een paar oefeningen om zich over de eerste schroom heen te zetten. Je zult er mensen gelukkig mee maken. Ik denk dat deze mensen die hier zitten te internetten omdat ze dat thuis niet kunnen, hele bijzondere verhalen in zich hebben die beschreven en gehoord mogen worden. Daar wil ik heel graag naar komen luisteren.

—————————————————————————–

Mijn dagelijkse column per mail ontvangen? Zet jezelf hier op de mailinglijst:


 

69 – Iedereen z’n eigen circusact?

29 maart 2015 - Door: Tom Scholte

circus

Zondagmiddag 29 maart 2015. Samen met 100 andere ouders, opa’s, oma’s, broertjes, zusjes, vriendjes en vriendinnetjes hebben we ons verzameld in een bijzondere gymzaal. Binnen enkele minuten zal het spectaculaire optreden beginnen van leerlingen van de Haagse circusschool Circaso. Het voelt als een optreden in de jaren 50 van de vorige eeuw. Niet dat ik die periode bewust heb meegemaakt, maar zo moet het er toen ongeveer hebben uitgezien. Circus acts zijn sinds die tijd niet echt veranderd. Het is mens in balans met een bal, meerdere ballen, een touw, een koord, een diabolo, een stok of een eenwieler. Die laatste is ergens tussen toen en nu aan het assortiment toegevoegd. Er zijn in het circus geen apparaten, geen app’s, er is geen afleiding en vooral: er is geen wedstrijd. De enige wedstrijd die je ziet, is tussen elk kind en de act die zij aan het uitvoeren is. Daarin verschilt dit kinderoptreden niet wezenlijk van een optreden van het circus van Monte Carlo. Ook daar zie je artiesten die op het toppen van hun kunnen aan het presteren zijn. Dat is bij deze kinderen van 10, 11 jaar niet anders. En zeker niet bij de bonus optredens van enkele artiesten van de 14+ groep.

De kinderen hier hebben dezelfde concentratie en verbetenheid in hun ogen. Hun hele lichaam is een met de bal, het koord of de diabolo. Tijd en plaats lossen op in de drie ballen die door de kleine handen worden hoog gehouden. En een groot deel van het publiek lost even later ook op in het koord waar, in drie minuten, een heel levensverhaal wordt verteld.

De opperjuf vertelt tussen de acts door dat je gelukkig wordt van circus doen. Ik begrijp haar. En zoek gelijk naar de link met het gewone leven, met het gewone werkende leven. Hoe mooi zou het zijn als je naar je werk gaat en je hebt het gevoel te oefenen voor een circusact. Niet voor een optreden, maar voor het beheersen van de act. Oefenen voor het in de lucht houden van de drie ballen, het kunnen lopen over het koord, en de diabolo langs het touwtje zichzelf omhoog laten spinnen. Dat je 8 uur achter elkaar bezig bent met iets en dat er dan iemand tegen je zegt: stoppen nu, morgen verder. En dat je lol hebt in het oefenen, in de uitdaging om iets te kunnen beheersen. Niet om het te kunnen, maar om het oefenen. Daar zit de lol, daar zit het geluk, daarin kun je tijd en plaats doen verdwijnen. Daarin kun je jezelf oplossen.

Iedereen z’n eigen circusact dus.

Het is een paar uur later en ik zit op de bank met mijn laptop voor me en vraag me af welke act ik eigenlijk aan het oefenen ben. Elke dag een column schrijven beheers ik, dus dat telt niet. Die column moet iets doen. Ik ga oefenen om die column elke dag bij iemand iets te laten doen. Een glimlach brengen, zijn eigen situatie in een ander perspectief zien of iets op een andere manier doen. Vandaag oefen ik specifiek om iemand naar zijn eigen werkactiviteiten te laten kijken en dat dan te zien als een circusact waar hij morgen weer heel erg hard op gaat oefenen. Uit mijn ervaring in het afgelopen half uur, kan ik je vertellen, het werkt deze aanpak, je wordt er in ieder geval zelf gelukkig van. En als het oefenen ook extern het beoogde effect heeft, dan zal ik dat vast op een moment ergens ontdekken. Ik wens je een gelukkige week.

Mijn dagelijkse column per mail ontvangen? Zet jezelf hier op de mailinglijst:


 

 

68 – Leven?

28 maart 2015 - Door: Tom Scholte

leven

Het is zaterdag 28 maart 2015 15:23 uur. Het is nu. In de afgelopen 18 minuten ben ik van mijn huis naar Pim gelopen. De schrijfcursus die ik vanochtend volgde, schreef voor om vooral ook in cafés te schrijven. Of eigenlijk om in een café te gaan zitten. En dan kijken wat er gebeurt, kijken wat je schrijft. Cafés kunnen een geweldige locatie zijn om te schrijven. Eerder deze week was ik hier ook. Toen al had ik ontdekt dat dit een bijzondere plek is om te zijn. Bijzondere plekken om te zijn, zijn voor mij de plekken waar je het gevoel hebt helemaal niets te hoeven. Er zijn heel veel omgevingen waar je wat moet. Een supermarkt is zo’n plek. Het is een verschrikkelijke plek om te zijn. Niemand gaat voor zijn lol naar de supermarkt. Iedereen wil daar iets kopen. Iedereen is daar om het op een ander moment fijn en gezellig te hebben, of in ieder geval iets te eten te hebben. Nu moet je in een café ook wat bestellen, maar dat is niet het doel, dat is een middel om je verblijf te veraangenamen. Ik heb het ook met de trein van Den Haag naar Zwolle. Die neem ik elke tweede vrijdag van de maand naar mijn FDG collega’s aan de andere kant van het land. In een trein hoef je ook niets. Zeker niet als je alleen reist op vrijdagochtend vroeg. Je bent onderweg, dat is genoeg ik reis als in een luchtballon. In de Albert Heijn heb ik dat nooit.

In omgevingen waar je niets hoeft, kun je twee dingen doen. De eerste spreekt voor zich, je doet niets. Je geniet van het moment, je geniet van het niets doen en nog meer van het niets hoeven. Het is als vakantie. Daar hoef je dus niet voor op vakantie. Vakantie is een gevoel. Dat gevoel kun je thuis, in de trein en in een café op 18 minuten lopen van je eigen huis simuleren. Dit gevoel laadt op, het geeft energie, het is brandstof voor tijd dat je wel dingen moet. In omgevingen waar je niets hoeft, kun je juist ook wel dingen doen. Juist omdat er niemand iets van je verlangt, er geen targets hoeven worden gehaald en geen doelen worden nagestreefd. Juist omdat je er bent in een omgeving en op een moment voor dat moment alleen. Dat moment op die plaats kun je gebruiken om iets te doen.

Ik kom binnen bij Pim en alle tafeltjes zijn bezet. Alleen aan de lange tafel voor het raam is nog plek. Er is live muziek. Twee zangeressen en een gitaar zingen folk, Het duo ‘All the King’s Daughters’ staan te genieten, de gitaarkoffer ligt nog net niet open op de grond. Je zou zo denken dat de zangeressen al zingend de wereld aan het bereizen zijn, ‘as a way of life’. Net als de Fanfare van Honger en Dorst, maar dan anders. Ik waan me op een terras in Venetië, net aangekomen met de nachttrein, rugzak naast me op de grond. Niet wetend wat deze dag gaat brengen. Hier een hotelletje zoeken of rugzak in een kluisje, de stad door mijn aderen laten vloeien en dan vanavond weer verder. De verleiding is groot om een korte vakantie te nemen. Toch doe ik mijn laptop open en kijk wat er gebeurt. Op de tafel ligt glossy de ‘Leven!’, ik kijk om me heen en weet mijn vraag van vandaag: ‘Leven?’

———————————————————————————————-

Dagelijks een blogje levenskunst in je mail? Dat kan, laat dan hier je emailadres achter:


 

67 – Hoe ging het verder met dat meisje wat wist wat ze wilde?

27 maart 2015 - Door: Tom Scholte

vrije school

Er was eens een meisje van 11. Dat groeide op in een grote stad. Ze zat ongemerkt opeens in groep 8 van de Basisschool. Dit, terwijl ze haar eerste schooldag nog kon herinneren. En verschillende eerste schooldagen. De eerste maanden in groep 1 hadden er de nodige tranen gevloeid. Deze school, deze verandering in het leven van een vier jarige was nergens voor nodig, vond zij. Nu zijn we zo maar 8 jaar verder. 8 jaar, dat is bijna drie keer haar hele jonge mensen leven in verhouding tot hoe oud ze was toen ze naar de basisschool ging. Inmiddels is ze goed gewend op deze school, 8 jaar is dan ook zo voorbij. Dan ben je 11 jaar en sta je voor de eerste grote keus in je leven: de middelbare school.

Kan een kind van 11 zelf zo’n keus maken. En als dat zo is, zouden kinderen van die leeftijd niet veel meer keuzes voor bijvoorbeeld hun eigen onderwijs en opvoeding moeten maken? Ik zeg: drie keer ja. Een kind van 11 kan zelf een schoolkeuze maken, een kind van 11 zou veel meer te zeggen moeten hebben over haar eigen onderwijs en een kind van 11 zou veel te zeggen moeten hebben over haar eigen opvoeding.

Het meisje van 11 waarover ik het heb, bezocht de afgelopen maanden 5 middelbare scholen. Op het moment dat zij de Vrije School binnenliep wist ze dat dit haar school was. Een eigen keuze die niet beïnvloed werd door haar zus (andere school), haar vriendinnetjes (die waren er niet bij) en haar ouders (die waren er ook niet bij, ze had zelf een schoolbezoek geregeld). Ze heeft ook niet meer over haar keus getwijfeld.
Het is ook het meisje dat, op een woensdagmiddag, aan haar vader vraagt: “pap, mag ik naar de Action om plakband te kopen”. Het is vlak voor het eten en de vader zegt “nee, dat mag niet”. Vervolgens reageert het meisje ontstelt: “ja maar….”. De vader daarop:”stel dan geen vraag, maar deel me gewoon mee dat je naar de Action gaat”. Het meisje trekt haar jas aan en gaat naar de Action.
Het meisje blijkt, nu in groep 8, anders te leren dan de meeste andere kinderen in de klas. Een beelddenker noemen ze dat. Dat is een groot talent… als je er mee om weet te gaan. Fijn dat we dat ontdekt hebben.Het meisje heeft op internet zelf een beelddenken-specialist uitgezocht die haar begeleidt in het gebruik maken van haar talent. En niet alleen haar schoolprestaties verbeteren ook haar zelfvertrouwen neemt toe.

Het meisje schreef zich vier weken geleden in voor de Vrije School. Het waren vier lange weken. Er waren namelijk meer inschrijvingen dan plaatsen. Het meisje weigerde om over een tweede keus na te denken. Vandaag om even voor half 12 ging de telefoon: goedemorgen met de Vrije School, gefeliciteerd, uw dochter is ingeloot. Ik ben blij voor het meisje al weet ik dat ze anders haar weg ook gevonden zou hebben. Dat kunnen kinderen van 11.

Het meisje van 11 zoekt haar eigen weg in het leven. Dit meisje is kilometers verder in haar ontwikkeling, in het worden wie ze is, dan dat haar vader was toen hij 11 was. Die vader is wel heel gelukkig dat hij een bijrol mag spelen in het leven van dit hele bijzondere meisje. Hij leert elke dag heel veel van haar. Dit meisje is mijn dochter.

———————————————————————

Dagelijks een blogje levenskunst in je mail? Dat kan, laat dan hier je emailadres achter:


 

66 – Wat valt jou op?

26 maart 2015 - Door: Tom Scholte

opvallen

Woensdagavond 25 maart 2015. Ik zit op de bank en schrijf mijn dagelijkse column. Tegen de muur voor mij staat inmiddels de IKEA boekenkast (zie Blog 54); van het weekend gewhitewashed en vanmiddag in elkaar gezet. Bijna 600 boeken staan mij met hun rug aan te kijken. Ik staar wat naar ze terug. Dan valt mij op eens op wat mij opvalt, er valt 50 cent zeg maar. Twee boeken vallen mij op. En het valt mij op dat dit boeken zijn met een zwarte kaft, met, in gele letters groot de titel van 1 woord: ‘Gone’ op de bovenste plank links en ‘Flow’ rechts op de derde plank van boven.

Donderdagochtend 26 maart 2015. Ik ben bij Anna RW47. Dit is een bedrijfsverzamelgebouw aan de Raamweg 47 in Den Haag. Het oude Europol gebouw. Ik sta bij de ingang en wacht tot ik word gehaald door Marek van M-Space. Ik heb een afspraak met deze ontwerpers van de Firma Groot huisstijl, het logo en de meeste andere communicatie-uitingen. Ik ben op zoek naar een folder of boekje om het verhaal van Firma De Groot in te vertellen. Dit verhaal wil ik vertellen voor de werving van nieuwe firmanten en opdrachtgevers. Ik zoek iets om… op te vallen. En terwijl ik daar sta te wachten gaan mijn ogen over 42 bedrijfsnamen van de hier gevestigde bedrijven. Het zijn allemaal witte letters op een groene achtergrond. En zoveel als elke naam opvalt, zo weinig valt die ook op. Waar zou de stuurvrouw heen sturen? Op welk kruispunt staat crossroads zelf? Gooit Komijn Koriander echt door elk gerecht een beetje Komijn en Koriander? En wat kan er allemaal komen na Oranje? Wat zegt een naam? Wat doet een naam? Wat gaat er schuil achter een naam? Welke naam valt op? Moet een naam opvallen?

Donderdagmiddag 26 maart 2015. Ik loop Bink36 binnen. Het bedrijfsverzamelgebouw waar we Leonardolab Den Haag aan het ontwikkelen zijn. In de hal staat een tafel van 2x2m. Hierop mogen ondernemers hun promotiemateriaal uitstallen. Er liggen meer dan 100 verschillende folders, boekjes, flyers, visitekaartjes, brochures enz. Ik ga er voor staan, benieuwd wat mij opvalt. Twee dingen spreken mij enorm aan. Ik laat ze nog even liggen om te kijken of ik mijn eigen zintuigen kan resetten. Dan lopen Marcel en Bas (mede lab ondernemers) langs. Ik leg uit wat ik aan het doen ben. Bas pakt hierop direct een folder van de tafel: “dan is deze echt mooi”. Hij pakt een folder die ik werkelijk waar niet heb zien liggen.

Om meer over jezelf te weten te komen, kun je over jezelf gaan zitten nadenken, praten en schrijven. Ik denk dat je ook heel veel over jezelf te weten kunt komen door te reflecteren op de dingen die je opvallen en bijblijven. En daar dan weer verhalen over vertellen en columns over schrijven, om maar iets te noemen. Wat viel jou op de afgelopen 24 uur?

De afgelopen 24 uur heb ik weer wat leuke dingen ontdekt. Onder andere mijn liefde voor monosyllabische titels, woorden en verhalen. Ik sluit er af met eentje vandaag:

Flow
vrij
niets
iets
een
twee
space
Pim
Bas
Klaas
Tom
Gone

——————————————————————————————–

Dagelijks een blogje levenskunst in je mail? Dat kan, laat dan hier je emailadres achter:


 

65 – Wie is Pim?

25 maart 2015 - Door: Tom Scholte

pim

Woensdagochtend 25 maart 2015 9:30 uur Prins Hendrikstraat 113 Den Haag. Of eigenlijk 9:40 uur want ik was eerst naar de Frederik Hendrikstraat 113 gereden. Daar zit een One First Step ‘Alleen de meest bekende Franse Kinderkleding en schoenen’. En dat lijkt niet op de koffietent waar ik om 9:30 uur met FDG collega Klaas heb afgesproken. Ik check nog even zijn app’je waarin inderdaad Prins Hendrikstraat in staat. Van die straat heb ik dan nog nooit gehoord. Maar Google Maps wijst mij vervolgens soepel van de kinderwinkel naar Pim – Coffee, Sandwiches & Vintage in deze Prins Hendrikstraat.
Als ik aan kom fietsen zie ik Klaas al zitten aan een lange tafel voor het raam. Samen met zijn hond, zit hij daar alsof hij in zijn eigen huis zit. Of het is echt zijn huis of hij komt hier gewoon heel vaak. Het blijkt iets anders te zijn. Het is namelijk het huis van Pim. En Pim is van het gastvrije type. Pim heeft zo iets van: ‘make yourself at home’. En dat doen al zijn vrienden, familie en kennissen dan ook van harte. Aan een tafeltje naast ons zit een ZZP’er, overduidelijk een vriend van Pim, een offerte voor zijn droomopdracht te schrijven. Twee tafeltjes verder zitten twee zussen van Pim bij te praten. De een woont in het buitenland en is nu voor een paar weken op ‘home leave’. Ze combineren in het gesprek verhalen van de afgelopen maanden met het ophalen van jeugdherinneringen. Weer een paar meter verder zit een gezinnetje met twee kleine kinderen. De man is een oude studievriend van Pim. Ze hebben elkaar jaren niet gezien en nu komt hij vol trots zijn vrouw en kroost laten zien. Goh, wat hebben ze elkaar een tijd niet gezien.

Dan vraag ik Klaas wat zijn relatie met Pim is. Hij blijkt Pim niet te kennen. Hij komt hier regelmatig, met zijn hond, zijn dochter, zijn laptop en zijn ideeën en doet dan een koffie bij Pim. Op dat moment komt een mevrouw met een lieve glimlach ons vragen of we nog koffie willen. Dit is mijn kans om te vragen: wie is Pim? Het antwoord overtreft de verwachtingen. Pim blijkt de bijnaam te zijn geweest van haar vader. Die leeft helaas niet meer. Als eerbetoon aan hem heeft ze deze huiskamer naar hem vernoemd. Het eerbetoon gaat echter verder. Het is alsof Pim hier ook daadwerkelijk rondloopt, de mensen begroet, de tafeltjes afneemt en overheerlijke koffie verkeerd staat te maken. Deze huiskamer is niet alleen naar Pim vernoemt, deze huiskamer is Pim. Ik vraag een kaartje aan de vriendelijke dochter van Pim. Het valt me op dat haar eigen naam daar niet op staat. Opnieuw een glimlach. “Dat is ook bewust, anders gaan mensen mij bij mijn naam en dat hoeft niet. Ze mogen me Pim noemen.” Ze geeft me een hand en noemt haar echte naam. Ik twijfel een fractie van een seconde en weet dan wat ik daarmee moet doen: onmiddellijk vergeten. Ik onthoud Pim. Dan kijk ik nog eens rond en zie ik dat die ZZP’er ook Pim zou kunnen zijn. Datzelfde geldt voor de twee zussen, of zijn het toch vriendinnen, in ieder geval twee Pim’s. En de studievriend van vroeger, of zijn het mensen van verderop in de straat die even schuilen voor de regen? Het is zeker Pim.

Als het je lukt om zo’n omgeving te creëren waarin iedereen, hoe verschillend ook en met welke verschillende reden ook, zo Pim zit te zijn, dan ben je volgens mij de goede dingen aan het doen. Ik heb een bijzondere ontmoeting met collega Klaas. Volgens mij zijn wij nu ook een beetje Pim.

—————————————————————————————————–

Dagelijks een blogje levenskunst in je mail? Dat kan, laat dan hier je emailadres achter:


 

 

64 – Hoeveel ruimte bied jij?

24 maart 2015 - Door: Tom Scholte

adrie lesuis

Dinsdagmiddag 24 maart 2015. Ik loop het bedrijfsverzamelgebouw Bink36 binnen. Hier is sinds drie jaar (de Haagse vestiging) van mijn onderneming Firma De Groot gevestigd. Sinds een aantal maanden ben ik hier ook samen-werk concept Leonardolab aan het ontwikkelen. Het pand is een jaar of 10 geleden voor veel geld, in de wilde jaren, aangekocht door Vestia. Eerder dit jaar hebben ze het voor veel minder geld van de hand gedaan op dringend verzoek van de minister. Deze adviseerde dat Vestia weer en meer moest gaan doen waar ze voor bedoeld was: het voorzien in sociale woningbouw. Volgende week op 1 april is de overdracht van Bink36 naar de nieuwe eigenaar. Deze neemt alleen het pand over en niet de vestigingsmanager die de afgelopen jaren de contacten met de huurders heeft onderhouden. Ik heb het hier over Adrie Lesuis.

De afgelopen 3 jaar heb ik regelmatig met Adrie van gedachten gewisseld over mijn dromen over een ideale organisatie en een ideale werkomgeving. Ik ben daarin denk ik net als iedereen: ik wil graag ergens bij horen en een plek om naar toe te gaan waar het aangenaam is. En dit dan voor mezelf om onderdeel vanuit te maken en zeker ook om anderen te bieden. Zo bijzonder is dat toch niet, zou je denken. Als we dit allemaal willen, en inmiddels weet ik dat heel veel mensen dit willen, waarom is dit dan zo ingewikkeld te realiseren. Want dat blijkt het. Mensen willen ergens bij horen. Dit willen ze wel onder de voorwaarde (daar ben ik inmiddels ook achter) om vooral heel veel vrijheid te hebben en dingen op hun eigen manier te kunnen doen. En daarnaast (en dat heb ik ook echt zelf onderzocht) om samen met anderen iets te realiseren. Tot zover niets aan de hand. Tot zover iedereen blij. Maar…, op het moment dat mensen gaan samenwerken gaan ze, of in ieder geval is het risico hierop heel groot aanwezig, de ander beperkingen opleggen. De ander moet iets. En om specifiek te zijn, de ander moet iets doen op een manier of met een beoogd resultaat zoals ‘de een’ of ‘het collectief’ dat bedacht heeft. En dan gaat het dus vaak mis. Mensen haken af, lopen weg worden ziek, gaan iets anders doen, maken ruzie, gaan muiten etc.  Ook ik heb hierin de afgelopen jaren een steile leercurve doorgemaakt. De spiegel die ik mezelf nu voorhoud is dan ook de hoeveelheid ruimte die ik anderen weet te bieden.

Als er iemand is geweest die de afgelopen drie jaar mij, mijn collega’s van Firma De Groot Den Haag, alle bezoekers en de mede huurders van het Leonardolab de ruimte heeft geboden om dingen op onze manier te doen, dan is het Adrie Lesuis. Adrie heeft, binnen de ruimte die hij weer kreeg en soms ook daarbuiten, alles gedaan om ons te faciliteren in het waarmaken van onze dromen. En daarmee zijn we lekker bezig kan ik wel zeggen.

Vanmiddag liep ik even bij Adrie langs om hem te bedanken en afscheid te nemen. Volgende week verlaat hij het pand, toch ook een beetje zijn pand. Ik vroeg hem uiteraard ook wat hij nu gaat doen. Nadat hij de afgelopen jaren ziel en zaligheid in Bink36 heeft gestoken. Hij zei: ‘dat maakt me eigenlijk niet zoveel uit, als ik maar met een aantal fijne collega’s de ruimte krijg om voor de organisatie van betekenis te zijn, dan ben ik al snel tevreden’. Adrie, dank voor je inzet, je ruimte en je versgemalen koffie. Ik wens je de ruimte die je ons geboden hebt.
—————————————————————
Dagelijks een blogje levenskunst in je mail? Dat kan, laat dan hier je emailadres achter:


 

63 – Wat doet een gevonden autosleutel met je?

23 maart 2015 - Door: Tom Scholte

volkswagen autosleutel

Zondagochtend 22 maart rond een uur of half 12. Ik ben bezig aan mijn wekelijkse duurloop als voorbereiding op mijn eerste ultraloop, de 60 van Texel. Ik ben vanaf centrum DH via Meijendel en Katwijk naar Noordwijk gelopen, Huis ter Duin aangetikt en toen omgedraaid. Op de terugweg ga ik bij Katwijk het strand op om zo naar Scheveningen te lopen. Ik heb geluk. De wind is ONO dus terug op het strand in de rug. Het zonnetje schijnt. Het is ook nog eens laag water. Zo heb ik een breed stuk hard strand om op te lopen. Ik ben net De Wassenaarse Slag voorbij. Het strand is hier bijna 100 meter breed. Echt breed dus. Op zo’n wandeling van Katwijk naar Scheveningen wordt het vanaf Katwijk steeds rustiger op het strand. In de buurt van De Wassenaarse Slag zwellen de zondag wandelaars weer aan om snel daarna weer af te nemen. Om uiteindelijk een paar honderd meter voor het Zwarte Pad bij Scheveningen weer toe te nemen, maar daar ben ik voorlopig nog niet. Ik ben inmiddels een paar km De Wassenaarse Slag voorbij. Vanaf nu kom ik enkel nog een eenzame of een groepje hardlopers tegen. Drie mannen joggen al pratend mij in tegengestelde richting tegemoet. Het valt me op dat er twee helemaal geen drinken bij zich hebben en dat de derde met een camelbak (rugzak met drinkzak plus slangetje) op loopt. De man met camelbak en ik wisselen elkaar bij het passeren een blik van verstandhouding uit. Ondertussen vervolgen we onze weg. Zij richting De Wassenaarse slag, ik richting Scheveningen.

Na weer een KM gelopen te hebben, zie ik een autosleutel op het strand liggen. Het is een zwarte Volkswagensleutel. Het zand is nog nat en de sleutel ligt er overduidelijk vers boven op. Er is zelfs nog geen korreltje zand overheen gewaaid. Dan gebeurt er iets wonderlijks in mijn systeem. Of beter gezegd, er gebeurt juist niets. Mijn ogen nemen de sleutel waar. Het wordt geregistreerd als iets bijzonders. Maar verder gebeurt er niets. Mijn registratiesysteem verwacht zand, schelpen en voetstappen geen autosleutel. Er volgt dan ook geen reactie. Ik ben nog wel bewust van dit geheel. Ik ben me bewust dat ik niet reageer. Dat ik gewoon doorloop. Het duurt voor mijn gevoel nog heel lang, zeker een stap of 10 voordat ik besef wat ik gezien heb en mijn reactiesysteem geactiveerd wordt. Waarom moet dit zo lang duren. Nu ben ik de sleutel al een stuk voorbij! Ik zit in een hardloop flow en hoewel mijn reactiesysteem alle mogelijke reacties aan mij voorlegt loop ik ondertussen wel gewoon door. Grofweg schieten er drie opties door mijn systeem. De eerste is teruglopen, de sleutel oppakken en als een dolle de drie mannen achterna rennen. Dit in de hoop dat het me dat lukt en dat de sleutel dan ook nog van hen blijkt te zijn. De tweede optie is de sleutel meenemen en ergens afgeven. Ik kom zo nog langs het politiebureau in Scheveningen, maar ook de eerste strandtent is een mogelijkheid. De derde optie, en die is het geworden, is de sleutel gewoon laten liggen. Dit omdat ik de andere opties niet echt haalbaar vind of in de hoop dat de mannen, of andere eigenaar, na het ontdekken van het verlies, de gelopen weg terug zal volgen en dan, met een minimale kans, op de sleutel zal stuiten.

Tijdens het verder lopen merk ik dat ik me toch schuldig begin te voelen. Het is als een soort geheim dat je met je meedraagt. Ik weet dat daar op het strand de autosleutel van iemand ligt en ik doe er niets mee en vertel het aan niemand. Ik had de vondst ook op internet kunnen zetten op Twitter of op verlorenautosleutels.nl (ik zie een kans).
Ik weet niet wat dat hardlopen met je doet, maar dit schuldgevoel draaide een paar km helemaal om. Ik bedacht me namelijk opeens een vierde optie: namelijk de sleutel meenemen en op de parkeerplaats in Scheveningen op alle Volkswagens proberen. Om er vervolgens met de passende auto vandoor te gaan. Eerlijk gevonden.

Bijzonder hoe ons (of in ieder geval mijn) brein werkt. Hoe traag het reactiesysteem is als we iets waarnemen wat buiten het verwachtte valt. En hoe het aan de andere kant tot creatieve en bijzondere ideeën komt, als we het vervolgens in alle tijd en rust z’n gang laten gaan. Ik houd van onbalans. Ik denk dat het goed is om jezelf voortdurend uit evenwicht te brengen. Elke keer op het moment dat je denkt: zo, nu heb ik het voor elkaar, haal je een poot onder je eigen tafel vandaan om te kijken wat er gebeurt. Dat maakt het leven leven leuk. Het maakt jezelf ook wendbaar voor de situaties wanneer iemand anders een poot onder jouw tafel vandaan haalt.

—————————————————————————————–

Dagelijks een blogje levenskunst in je mail? Dat kan, laat dan hier je emailadres achter:


 

62 – Had jij de verlegen Joy gekozen?

22 maart 2015 - Door: Tom Scholte

joy

Zaterdagavond 21 maart 2015. Samen met mijn jongste dochter kijk ik The Voice of Holland – Kids. Al jaren ben ik fan van dit programma. Vooral van de ‘blind auditions’ maar ook het verdere verloop van het programma heeft iets bijzonders. Ik weet niet hoe het programma de deelnemers na het programma begeleidt. Daar maak ik me eerlijk gezegd wel eens wat zorgen om. Tijdens de loop van het programma, of in ieder geval zolang de deelnemers in ‘de race’ zitten, gebeurt er iets bijzonders met veel van hen. Veel van de deelnemers maakt professioneel en persoonlijk in een korte tijd een grote ontwikkeling door. Professioneel kan ik eigenlijk niet echt beoordelen. Ik ben geen zangexpert, verre van dat. De persoonlijke ontwikkeling die ik in ieder geval wel waarneem, is echt indrukwekkend.

Gisteravond waren de battles van ‘Team Angela’. Voor wie het programma niet kent: er zijn drie teams met deelnemers. De teams zijn tot stand gekomen na een wederzijdse keus. De coach moet eerst voor een deelnemer kiezen en als er meerder coaches met een deelnemer aan de slag willen, kiest de deelnemer vervolgens een coach om mee aan de slag te gaan. In de tweede ronde, de battles, zingen deelnemers van het zelfde team samen een liedje. Vervolgens kiest de coach welke deelnemer dit het beste gedaan heeft. De winnende deelnemer gaat door naar de volgende ronde.

Gisterenavond was daar Joy (13) uit Zwolle. En die kon echt mooi zingen (luister zelf). Daar hoef je geen zangexpert voor te zijn om dat te kunnen beoordelen. Joy kan zingen. Maar… wat is het geval? Joy is verlegen, bescheiden, introvert of hoe je ook wilt noemen. Joy heeft in ieder geval niet echt door dat ze echt heel goed kan zingen. Of ze heeft in ieder geval (nog) niet het vermogen om dit ook uit te stralen en daar dan de zaal mee te bespelen. Ze lijkt meer verbaast over wat ze los maakt, puur met haar zang, dan dat ze dit talent ‘uitdraagt’. Er zijn dan ook deelnemers deze avond die, en dat merk ik ook bij mezelf, een hogere ‘like-factor’ hebben dan Joy. Deelnemers die minder goed kunnen zingen, af en toe wellicht de tekst vergeten of er een beetje naast zitten, maar wel een hele show neer zetten. En het publiek echt mee krijgen.

Wat nu te doen? Als jij coach was, en oh ja het is een competitie, wie had jij gekozen om mee verder te gaan? Was jij voor Joy gegaan of voor een van de andere deelnemers?

Ik denk dat er heel veel ‘Joy’s’ zijn in NL. Ik denk dat er heel veel mensen zijn die iets kunnen, ergens goed in zijn, maar hier nauwelijks bewust van zijn. Mensen die voor hun omgeving, collega’s, opdrachtgevers, klanten of leveranciers iets bijzonders bijdragen. Mensen die hier bescheiden, verlegen, introvert of hoe je het ook noemt over zijn. In heel veel gevallen worden deze mensen niet gekozen of gevraagd. Collega’s of anderen die een betere show weten neer weten te zetten worden nogal eens hoger gewaardeerd. Hoe draaien we dit om? Hoe geven we de Joy’s van deze wereld een podium en maken we ze bewust van wat ze kunnen? Ik denk dat het allereerst begint met kijken en luisteren. Echt goed kijken en echt goed luisteren naar de mensen om ons heen. Verder kijken dan een eerste indruk. De tijd nemen om echt goed te kijken. En dan beginnen met het benoemen van de kwaliteiten en talenten die we zien. Een vorm van een compliment aangevuld met het concreet benoemen wat het dan is waar de ander zo goed in is. Dan heeft hij/zij er echt wat aan.

Ik was dus voor Joy (haha, ja ik laat me graag meeslepen door zo’n programma). Coach Angela koos ook voor Joy, zij heeft er verstand van, of in ieder geval veel meer dan ik. Ik ben ook benieuwd hoe het verder gaat met Joy in deze wereld waar we misschien wel langzaam maar zeker beter leren kijken en luisteren.
———————————————–
Mijn dagelijkse blog per mail ontvangen? Dat kan, laat hier je email adres achter: