Wat moet er in mijn gebruikershandleiding?

30 januari 2015 - Door: Tom Scholte

Schermafbeelding 2015-01-30 om 16.34.52

Vrijdag 30 januari 2015 13.00 uur. De eerste sessie van ons onderwijsproject met studenten van de Haagse Hogeschool. Ik wilde eerst typen de officiële start, maar die ligt al ver achter ons. Ergens de afgelopen jaren is op verschillende plekken de start van dit project geweest. We doen dit met z’n drieën en hebben vanuit een persoonlijke drive en ervaring de intentie om een ander soort onderwijs te realiseren.

Vanmiddag hadden we drie studenten. Drie studenten die waren afgekomen op het verhaal dat we een onderwijsconcept aan het ontwikkelen zijn rond de thema’s personal branding, maatschappelijke relevantie, 21st century skills en leren. Bij de vraag waarom de studenten op dit project waren afgekomen was het antwoord: omdat de docent (die in dit project participeert) altijd precies weet wat goed voor mij is. Alle drie de studenten hebben een verhaal, de student in een rolstoel uit Moldavie, de studente die nauwelijks Engels sprak toen ze naar NL kwam uit China en de studente met zware diabetes uit Leiden. De docent gaf ook aan dat ze bij elke student op zoek gaat naar de unieke gebruikershandleiding om daar de begeleiding op af te stemmen. Dat is nog eens een docent.

Niet iedereen heeft zo’n docent, collega, opdrachtgever of leidinggevende. Daarom is het wellicht handig om onze eigen handleiding te kennen en te communiceren, om sowieso te starten met de vraag: wat moet er in mijn gebruikershandleiding?

Als je het antwoord op deze vraag hebt, ben je ook minder afhankelijk van het ‘leervermogen’ om jou te leren kennen van de mensen met wie je samenwerkt. In die van mij komt sowieso te staan dat je me de tijd, ruimte en rust moet gunnen om tot de concretisering en beschrijving van een idee te komen. En dat ik dan ‘lever’ binnen 1 dag na de afgesproken deadline. Dan weet je dat vast.

Hoe kun je veranderen zonder urgentiebesef?

29 januari 2015 - Door: Tom Scholte

Screenshot 2015-01-29 at 14.02.50

Vorig jaar is er bij ons thuis ingebroken. Daarna hebben we allerlei anti-inbraak maatregelen getroffen. Veel mensen gaan pas echt aan hun LinkedIn profiel of marktoriëntatie denken als die ontslagbrief dan toch echt eindelijk in de mail zit. ZZP’ers gaan opeens weer solliciteren als ze niet voor een project gebeld worden. Ik ga pas echt serieus naar ‘het leren’ van mijn dochter kijken op het moment dat het bindend-schooladvies voor de middelbare school anders (lees: lager) uitvalt dan verwacht.

De vraag die ik me dan ook stel is: hoe kun je veranderen zonder urgentiebesef? En dan kun je ‘veranderen’ wat mij betreft ook vervangen door ‘dingen anders doen’. Want daar komt uit eindelijk op neer: hoe kan ik de dingen anders doen? Je wist al langer dat je eigenlijk dingen op een andere manier moest aan gaan pakken, maar je deed het niet. Je wacht net zo lang tot eigenlijk iemand anders of ‘de omstandigheden’ voor je beslissen. En dat moment is vaak een onplezierig moment. Het wordt volgens mij, in de meeste gevallen, niet ervaren als het verlossende startschot waarop is gewacht. Eerder als een nekschot.

Ik doe hierbij ook de veronderstelling dat verandering wenselijk en noodzakelijk is, ook voordat de urgentie zich heeft geopenbaard. Verandering zie ik als de enige constante in ons leven. En misschien zit het daar dus wel. Misschien moeten we veel meer gaan sturen op de blijvende verandering in plaats van op het najagen van (schijn) zekerheden. Dat we onszelf weten te inspireren om elke dag, week of maand iets in ons leven anders te gaan doen. Beginnen met iets kleins om zo de weg vrij te maken voor grotere veranderingen. Ik ga daar eens mee experimenteren elke dag iets anders doen dan anders. Het schijnt al te werken met het wisselen van de hand waarmee je je tanden poetst. Dat zou zomaar de eerste stap naar een life changing decision moment zijn.

 

 

Bestaat dit instituut over 5 jaar nog?

28 januari 2015 - Door: Tom Scholte

IMG_2785

Dinsdagmiddag 27 januari 13.00 uur. Ik heb een afspraak met de programmamanager van een opleiding op de Haagse Hogeschool. Tijdens de ontwikkeling van ons onderwijsconcept stuitten we op een programmamanager die met ons het avontuur aan durft te gaan. We kijken samen met deze programmamanager hoe we de invulling van de opleiding kunnen koppelen aan de individuele leer- en ontwikkelvraag van de student. Concreet: studenten faciliteren in het vormgeven van hun eigen onderwijs. Nog concreter: studenten hun eigen opdracht laten formuleren inclusief het kennisgebied en de vaardigheden die zij hierbinnen aan de orde willen laten komen. En toen we zo aan het werk waren, sloeg mijn denken even op hol. Ik dacht: bestaat dit instituut over 5 jaar nog? En met instituut bedoel ik dan het hoger onderwijs zoals dit nu georganiseerd is.

Je kunt het hoger onderijs zien als een georganiseerde groepsreis waar je je als individu voor in kunt schrijven. Er zijn reisorganisaties (universiteiten en hogescholen) die reizen (studies) ontwikkelen die bestaan uit verschillende programma onderdelen (modules, vakken, stages, projecten, minors, onderzoeken, afstuderen). Het hoger onderwijs bestaat bij de behoefte aan deze groepsreizen van studenten. Aan de andere kant bestaat het hoger onderwijs bij de waarde van de diploma’s die kunnen worden behaald. Als opleiding word je (als je het goed doet) geaccrediteerd wat betekent dat de opleiding het predicaat BSc of Msc waardig is. Het hoger onderwijs bestaat bij de behoefte aan deze erkende diploma’s.

Nu zijn er twee opties die zomaar de komende jaren voor een grote verandering kunnen zorgen:

1. jonge mensen hebben geen behoefte meer aan deze georganiseerde groepsreizen in het hoger onderwijs. De behoefte aan opleiding en ontwikkeling blijft bestaan, deze neemt wellicht alleen maar toe. Alleen gaan jongeren er massaal voor kiezen om op individuele rondreis te gaan. Zij gaan zelf rondtrekken langs opleidingsinstituten in binnen- en buitenland, online en offline om in hun behoefte te voorzien. Een combinatie van literatuur studie, online college’s, video college’s, werkgroepen via Skype/Basecamp etc. Als een hele generatie jonge mensen in een paar jaar een andere behoefte heeft en hier in kan voorzien (en dat kan), kan het bovenstaande gebouw een heel ander gebruik krijgen.

2. de andere optie is dat de vraag naar ‘geaccrediteerde opleidingen’ heel hard afneemt. Het kan zomaar zijn dat de opleidingen niet meer voldoen in een ontwikkeling waaraan behoefte is. Dit betekent dat bedrijven zelf mensen gaan opleiden of opleidingen gaan ontwikkelen om mensen op te leiden en te ontwikkelen op een manier die aansluit op de behoefte aan mensen anno 2015-2020. Mensen die anders denken, menen die vraagtekens zetten achter alles wat is, mensen die probleem identificerend werken i.p.v. probleemoplossend, mensen die hun eigen ontwikkeling parallel willen laten lopen met de ontwikkeling van de organisatie, mensen die kortere of langere tijd samen met de organisatie op reizen om hele mooie dingen te gaan doen.

En dan bestaat dit instituut dus niet meer in haar huidige vorm over 5 jaar. Maar in welke vorm dan wel?

 

 

Welke invloed heeft een rechtsvorm op samenwerking en ontwikkeling?

27 januari 2015 - Door: Tom Scholte

notaris

 

In 2007 ben ik mij in het personal branding vakgebied gaan verdiepen. Boeken, websites en vooral ook veel workshops hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van een methodiek. Na 5 jaar, eind 2011 was de eerste versie van deze methodiek klaar. Een werkbare aanpak die je helpt bij het maken van keuzes en bij je communicatie. De aanpak heeft als resultaat dat je (werk) wordt gewaardeerd en dat je wordt aanbevolen en wordt gevraagd.

Toen kwam ik er achter dat de context waarbinnen je dit doet van groot belang is. Om daar organisaties over te kunnen adviseren en in te begeleiden, volgen er weer veel boeken, websites en… een eigen organisatie om nog sneller en nog meer ervaring op te doen: Firma De Groot. Dit moest een organisatie worden die andere organisaties begeleidt in het #samenbeter zijn. Waarbij dit #samenbeter onder andere staat voor de gelijke ontwikkeling en het parallel realiseren van doelstellingen en intenties van de organisatie als geheel als van de afzonderlijke leden van deze organisatie.

En we hebben geleerd.

Meer over deze ‘lessons learned’ ongetwijfeld in volgende vragen. Nu over de rechtsvorm van de organisatie en specifiek over de vraag: welke invloed heeft een rechtsvorm op samenwerking en ontwikkeling? Ergens leef ik in de illusie dat het antwoord op deze vraag ‘geen’ was. Nu na drie jaar twijfel ik daar over. Firma De Groot heeft op dit moment de rechtsvorm B.V. met 1 aandeelhouder (en dus 1 eindverantwoordelijke/ formele beslisser). De vraag is of dat een afspiegeling is van de #samenbeter gedachte. Aan de andere kant denk ik, dat als we gewoon afspraken maken over de financiën en over de besluitvorming, wat maakt het dan uit of we een B.V., een coöperatie of wat dan ook zijn.

Gisteren zat ik dus bij de notaris om mij voor te laten lichten over de kansen van een coöperatie, waarbij vragen gesteld worden als: wie kunnen er lid worden? Wie bepaalt dat? Wie zit er in het bestuur? Wie mag er in het bestuur? Wat doen we met de winst? En nog veel meer. Ik ben het liefst heel, heel erg naïef en geloof dat iedereen in de wereld het beste met de ander voor heeft. En ik denk dat ik dat kan blijven als we dit ook gewoon gaan formaliseren. Al voelt het ook een beetje als verliezen. We zullen het zien, we hebben met Firma De Groot nu een hele mooie organisatie met hele bijzondere mensen waar al 3 jaar hele mooie dingen gebeuren en ontstaan. Toch voelt het nu goed om de rechtsvorm te veranderen om het antwoord op deze hypothese te toetsen: een rechtsvorm heeft invloed op samenwerking en ontwikkeling.

Heb je lekker gefietst?

26 januari 2015 - Door: Tom Scholte

IMG_2775

Tijdens mijn hardlooprondje van afgelopen zondag kwam ik in gesprek met twee andere hardlopers. Om precies te zijn op dit punt stonden ze stil, kijkend en wijzend naar iets in de struiken. Het bleek een vos te zijn, en die zie je niet elke dag in Den Haag.

We raakten vervolgens aan de praat over het lopen en hoe makkelijk je je zelf kunt forceren en blesseren. Dit gebeurt meestal als je je op laat jutten door tijden, PR’s en andere druk die je jezelf oplegt, of laat leggen. Een van de mannen vertelde het verhaal over zijn fietstocht op de Alpe d’Huez. Hij was nota bene gaan fietsen omdat hij zich bij zijn laatste marathon voor de rest van zijn leven geblesseerd had. Samen met een aantal vrienden deed hij mee aan Alpe d’Huzes. Om daar voor een goed doel, maximaal zes keer, de beroemde berg op te fietsen. Hij had in zijn hoofd 4 keer omhoog te gaan. Na de derde keer was hij leeg, op, het ging niet meer. De hele dag, in het dal en ook van het thuisfront kwam voortdurend de vraag: hoe vaak ben je al naar boven geweest? Hij voelde dat hij zich tegenover zichzelf en de vragenstellers moest verontschuldigen voor het tegenvallende resultaat (hij had door snurkende collega fietsers 72 uur niet geslapen)

Aan het eind van de dag, in de behoefte om even alleen te zijn, fietste de man terug naar het hotel. Op zijn weg kwam hij een oudere man tegen die gestaag de berg naar het hotel beklom. Deze oudere man stelde ook 1 vraag, eentje van een heel andere orde. Hij vroeg alleen maar: heb je lekker gefietst? Deze vraag ‘kwam even binnen’.

Wat is het toch dat we (ik) ons in onze resultaat gedreven maatschappij zelfs in onze vrije tijd, in onze hobby’s, in de dingen die we doen omdat we ze leuk vinden/vonden of doen omdat ze ‘goed voor ons zijn’ ook zo op laten jagen?

Onze wegen splitsten bij Monster, waar ik over het strand terug ben gelopen naar Den Haag. Ik ben even gestopt om het moment (ook op foto) bewust op te slaan. Ik heb even intens genoten van de zee, de golven, de wind, de leegte en mijn gezondheid om dit te kunnen blijven doen.

Kun je ontkomen aan het beeld dat de buitenwereld van je heeft geschapen?

25 januari 2015 - Door: Tom Scholte

Bram

Bram Moszkowicz was te gast bij 24 uur met... Daarin komt gastheer Theo Maassen in de eerste 10 minuten van de 24 uur gelijk met de vraag die de 24 uur expliciet en impliciet blijft domineren: Kun je ontkomen aan het beeld dat de buitenwereld van je heeft geschapen?  De vraag blijkt ook op de achterkant van de roman van Moszkowicz te staan.

En die vraag heeft mij dan ook al weer 24 uur bezig gehouden. De buitenwereld schept een beeld van ons. Door wat we doen, door wat we zeggen en vooral ook door het vergelijken van deze dingen met wat de buitenwereld kent of als ‘normaal’ beschouwt. Vervolgens komt er een oordeel. Dat blijkt iets menselijks te zijn. Theo Maassen gaf aan Moszkowicz in eerste instantie een lul te vinden. Toen Maassen zich in hem ging verdiepen, meer over hem ging lezen, werd dat beeld genuanceerder. Aan het eind van de 24 uur was de conclusie dat Maassen Moszkowicz als mens eigenlijk best mag en zijn professionele activiteiten en alles er om heen niet kan en dus wil beoordelen.

Ik heb jaren gedacht en gezegd dat dat beeld van de buitenwereld mij niets deed en dat je je daar vooral niet druk over moet maken. Toch hoef je geen Moszkowicz te zijn om te ervaren dat het beeld dat de buitenwereld van je heeft geschapen van invloed is op hoe die buitenwereld je benadert. Ook ik betrap me er nog wel eens op razendsnel een oordeel klaar te hebben over anderen. De vraag: Kun je ontkomen aan het beeld dat de buitenwereld van je heeft geschapen? moeten we dan misschien ook veel breder agenderen. Misschien is het wel tijd om ons zelf en onze kinderen te leren kijken en luisteren zonder er gelijk een oordeel aan te koppelen. Ik pleit voor een vak ‘vrij denken’ in het onderwijs en ga op zoek naar een methode om dit te leren. En van Moszkowicz vind ik niets, al denk ik wel dat hij ook nog worstelt met zijn zelfbeeld. Een andere keer maar eens nadenken over hoe je daar dan weer aan ontkomt.

Wat is belangrijker voor jou: een medaille of een PR?

24 januari 2015 - Door: Tom Scholte

medaille

 

Afgelopen weekend deed mijn dochter mee aan de nationale jeugd kampioenschappen atletiek. Een van de onderdelen waar ze op uitkwam was het hoogspringen. Ze sprong over de lat tot en met een hoogte van 1,50 m. Inderdaad, dat is heel respectabel. Toch baalde ze ervan dat ze niet over de 1,55 m kwam. De drie pogingen die ze mocht doen, mislukten net. Die 1,50 meter had ze al eerder gehaald en met 1,55 meter had ze een medaille (top 3) gehad. Nu werd ze zesde en bleef dus steken op haar oude PR. Toen ik haar teleurstelling zag, kwam de vraag in mij op: wat is belangrijker voor je, een medaille of PR?

Dit is ook weer zo’n vraag die mijzelf vervolgens ook stevig bezig houdt. Wat is voor mij eigenlijk belangrijker? Een medaille betekent aanzien en waardering (getuige ook de melding van de medailles van de teamgenoten van mijn dochter). Is dat belangrijk die waardering? Of is het vooral voor jezelf belangrijk om je te blijven verbeteren en ontwikkelen en dus meer waarde te hechten aan een PR? Of is het een onethische vraag om te stellen? Moet je je zelf gewoon vragen: ben ik lekker bezig?

Ik weet inmiddels dat er geen neutrale vragen zijn. Met elke vraag geef je een signaal af, dus ook met deze. Een medaille of PR zijn beide indicatoren die ‘buiten jezelf liggen’. Je komt een keer (voor mij is dat zo’n beetje nu) op een leeftijd dat beide er niet meer inzitten. Dan loop je het risico je motivatie te verliezen als je die buiten jezelf zoekt. Met het hardlopen (wat ik vrij fanatiek doe) haal ik mijn lol uit de ontwikkeling van mijn techniek… om (OK, ik zal eerlijk zijn) zo uiteindelijk toch nog een PR te kunnen lopen op de marathon.

Hoe kom ik hier nou weer terecht?

23 januari 2015 - Door: Tom Scholte

IMG_2772

Donderdagmiddag 22 januari 2015 –  15.00 uur Sheraton Hotel Schiphol kamer 615. Ik stel mezelf de vraag: hoe kom ik hier nou weer terecht? Ook zo’n vraag die we onszelf veel vaker mogen stellen om er de weg in te ontdekken naar waar we naar toe willen.

Op de foto Danny (Deepak) Sajnani van Danny’s Shop uit Bangkok. Een kleermaker en vooral ondernemer die al 17 jaar lang zo’n 6 maanden per jaar Europa rondreist om mensen hun maten op te meten en hen zijn stoffen te laten zien. Vervolgens wordt de deal voor broeken/overhemden/maatpakken gesloten. Voor iemand van 2.00 meter (en dat ben ik) is dit de Jamin van mijn dochter. Wat heerlijk om gewoon kleding te kunnen kopen/kiezen zonder de hele tijd je armen in te hoeven trekken of hoge schoenen te hoeven dragen.

Ik ken Danny niet van mijn vakantie naar Thailand. Toch doe ik nu zaken met hem, of eigenlijk hij met mij. Een relevantere vraag voor mij (en wellicht jou) als ondernemer is: Hoe komt hij hier terecht? Logisch, via Twitter. In maart 2013 werd ik op Twitter ‘gevolgd’ door @maatkledinginNL. En nu ik dit schrijf komt de vraag in mij op: Waarom is dat account mij gaan volgen? Waarschijnlijk heb ik ooit iets getweet over over dat ik mijn overhemden met mouwlengte 8 op maat laat maken. Ik kreeg dus geen reclametweet van @maatkledinginNL, het was enkel het volgen dat mijn aandacht trok. Ik keek op het profiel en vroeg (als echte hollander) tegen welke prijs ik overhemden kon laten maken.

Binnen een uur kreeg ik een prijsopgaaf gemaild van zijn medewerker Sapna. Die overigens altijd binnen een paar uur reageert. Sajnani heeft een business opgebouwd met 27.000 Europese klanten en een kantoor in Denemarken waar iemand in 10 talen tweets en mails beantwoordt. En dat allemaal natuurlijk gebaseerd op hoogwaardige kwaliteit, perfecte maatvoering en excellente service. Met deze combinatie kom je blijkbaar op bijzondere plekken terecht.

Wie ga ik ontmoeten?

22 januari 2015 - Door: Tom Scholte

Firma De Groot ontwmoeten 1

Komende dinsdag is de opening van het kantoor van de Haagse Hoogvliegers (Petra Hiemstra -@petra_hiemstra). En ik hou altijd wel van dit soort bijeenkomsten (zie ook de foto’s van de landelijke Firma De Groot #samenbeter-dag en het lustrum van ondernemer Els Holland) waarbij de borrel het doel is. Bij veel andere bijeenkomsten is volgens mij de borrel (en de koffiepauzes en de lunch) ook het doel van de bezoekers alleen denken de organisatoren daar nog wel eens anders over. In de aanmeldbevestiging kreeg ik een vraag voorgeschoteld die me wel even aan het denken zette. Vooral omdat ik hem anders las dan het antwoord dat ik er bij kreeg (overigens ook eentje om blij van te worden).

uitnodiging haagse hoogvliegers

De vraag dus: Wie ga ik ontmoeten? Dan denk ik, die vraag stelt iedereen zicht waarschijnlijk. Wie zal er zijn dinsdag, zal ik bekenden tegen komen, of mensen die ik wel ken maar mij niet of ken ik daar straks helemaal niemand. En is dat dan juist fijn zodat niemand die ik ken ziet dat ik eigenlijk niemand ken? Ik stel me zelf dan dus echt de vraag wie ga ik ontmoeten? Hoe kan ik die vraag goed beantwoorden? Natuurlijk die vraag heb ik teruggesteld aan Petra: “wie ga ik ontmoeten?”. Toen kreeg ik een antwoord, Petra ging de lijst met aanmeldingen langs en noemde 5 mensen aan wie ze me dinsdag gaat voorstellen inclusief een toelichting waarom zij denkt dat ik met die mensen in ieder geval een leuk gesprek moet kunnen voeren. Dit is dan weer zo’n vaardigheid (die Petra beheerst) waarvan ik denk, moet iedereen dat kunnen? Daarover een ander keer meer. Nu heb ik voorkennis, nu weet ik de link, dat is een +1 voor mijn ontmoetingen. Van hier kan ik kijken wat de mensen drijft en wat de vragen van de mensen zijn die ik ga ontmoeten.

Firma De Groot ontmoeten 2

  •  

    Hoe kan ik geld verdienen met de dingen die ik leuk vind om te doen?

    21 januari 2015 - Door: Tom Scholte

    Screenshot 2015-01-21 at 09.36.23

    De vraag aller vragen: Hoe kan ik geld verdienen met de dingen die ik leuk vind om te doen?

    Daar gaat het volgens mij om, om jezelf die vraag te stellen. Er zijn vast mensen die dingen doen die ze niet leuk vinden, in een omgeving waar ze niet willen zijn met mensen die ze niet aardig vinden. Stellen die zichzelf deze vraag wel eens? Stel jij je deze vraag wel eens? Stel ik me deze vraag wel eens? Met betrekking tot dat geld verdienen stel ik hem denk ik te weinig.

    Leuke dingen doen kan ik heel goed. Ik ben momenteel met heel veel leuke dingen bezig. Geld verdienen vond ik eigenlijk onethisch. Het ging om passie om dromen najagen en zelf actualisatie. Ook leuk als ik daar dan mijn hypotheek mee kan betalen. Het begint bij het stellen van deze vraag, hoe kan ik geld verdienen met de dingen die ik leuk vind om te doen. En daar dan elke dag even aandacht aan besteden denk ik.

    Ik ben me ook aan het verdiepen in de methode Appreciative Inquiry, dit is een aanpak om samen organisaties, producten en diensten tot ontwikkeling te brengen. Deze aanpak stelt dat je begint met je vraag te formuleren als een ‘affirmatief’ (mooi woord voor bevestigend) onderzoeksthema. Deze vraag zouden we dan herformuleren als: ik verdien geld met de dingen die ik leuk vind om te doen. Klinkt goed. AI heeft vervolgens heldere principes en een methodiek om deze stelling dan ook waar te gaan maken.

    Begint het natuurlijk met mezelf de vraag te stellen: welke dingen vind ik leuk om te doen? Ik vind het leuk om vragen te stellen om zo, in samenwerking met anderen, nieuwe concepten te bedenken en te realiseren. Ik vind hardlopen, schaatsen en Tai Chi ook echt heel leuk, kijken wat ik daarvoor ga bedenken.

    Heb jij zo’n idee wat je eens wilt laten bevragen of samen de ontwikkeling en realisatie wilt verkennen? Dan lijkt me dat leuk. (zo leuk dat ik het ook zeer regelmatig doe als ik er geen geld voor krijg)