online personal branding: einde scheiding werk en privé
30 augustus 2010 - Door: Tom Scholte“Heb je eigenlijk nog wel een privé-leven?” Is een vraag die ‘bekende’ mensen nog wel eens krijgen. Nu weet ik niet de precieze definitie van een privé-leven. Maar ik kan me voorstellen dat dat dingen zijn die je doet die niet de hele wereld hoeft te weten. En dat het ook dingen zijn die niet direct je functioneren als professional positief beïnvloeden. En daarmee hebben gewone mensen zoals jij en ik ook geen privé-leven meer in deze tijd.
Vroeger was het gemakkelijk om je, voor je professioneel functioneren, ‘direct relevante’ en ‘minder relevante’ activiteiten gescheiden gehouden. Dat had namelijk alles te maken met de klok: maandag tot vrijdag, zo tussen 9-17 uur was werk en relevant en wat je daar buiten deed was minder relevant en kon je in ieder geval meestal ‘onzichtbaar’ houden van de je professionele werkomgeving. Nu niet meer. In ieder geval niet als je iets doet op een social netwerksite zoals LinkedIn, Twitter of Facebook.
In Duitsland willen ze het mogelijk werkgevers gaan verbieden om op de Facebook pagina van sollicitanten te kijken. Omdat daar dus, voor de betreffende functie, niet actuele of relevante privé-informatie op kan staan. Zakelijke websites, zoals LinkedIn en Googlen mag nog wel. In Nederland is er nog geen wet op dit gebied. Wel een sollicitatie code (.PDF). De code schrijft over het Googlen onder andere dat er aandacht moet zijn voor:
- de privacy van de sollicitant wordt gerespecteerd
- de werkgever is zich ervan bewust dat informatie die via internet is verkregen, niet altijd betrouwbaar is
- de informatie die online is verzameld, wordt indien relevant aan de sollicitant meegedeeld met uitdrukkelijk vermelding van de bron en wordt met de sollicitant besproken.
Ik hoor zelf van werkgevers dat het Googlen tegenwoordig bijna standaard onderdeel uit maakt van de sollicitatie procedure. Wat ik nog niet vaak hoor of lees is dat dit inderdaad kenbaar wordt gemaakt vooraf (wat wel het advies is van Internet Rechtsdeskundige Arnoud Engelfried). Of dat tijdens een procedure of gesprek wordt gerefereerd naar gevonden informatie, al dan niet om opheldering over bepaalde feiten te vragen.
Dat LinkedIn puur zakelijk zou zijn en Facebook puur privé is steeds meer achterhaald. Mensen delen hun LinkedIn netwerk met familieleden en voegen (oud) collega’s toe als vrienden op Facebook. Op je werk vertel je over je vakantie en vind je het ook leuk om er wat foto’s bij te laten zien. De ‘privacy’ opties van de websites zullen het ongetwijfeld steeds beter toelaten om te bepalen wat je zichtbaar maakt voor wie. Maar het belangrijkste blijft de vraag wat doe je en waarom doe je de dingen die je doet? In hoeverre kun je je werk onderdeel laten zijn van wie je bent en wilt zijn?
En nog belangrijker: beoordeel anderen niet te snel. Denk even twee keer na als je iets gelezen of gezien hebt. Geef mensen feedback op hun online identiteit of vraag door op iets dat je gezien hebt. Het zal je zelf en anderen bewust maken van de kansen (en risico’s). In wetgeving moeten we het denk ik niet gaan zoeken.


























