online personal branding: einde scheiding werk en privé

30 augustus 2010 - Door: Tom Scholte

“Heb je eigenlijk nog wel een privé-leven?” Is een vraag die ‘bekende’ mensen nog wel eens krijgen. Nu weet ik niet de precieze definitie van een privé-leven. Maar ik kan me voorstellen dat dat dingen zijn die je doet die niet de hele wereld hoeft te weten. En dat het ook dingen zijn die niet direct je functioneren als professional positief beïnvloeden. En daarmee hebben gewone mensen zoals jij en ik ook geen privé-leven meer in deze tijd.

Vroeger was het gemakkelijk om je, voor je professioneel functioneren, ‘direct relevante’ en ‘minder relevante’ activiteiten gescheiden gehouden. Dat had namelijk alles te maken met de klok: maandag tot vrijdag, zo tussen 9-17 uur was werk en relevant en wat je daar buiten deed was minder relevant en kon je in ieder geval meestal ‘onzichtbaar’ houden van de je professionele werkomgeving. Nu niet meer. In ieder geval niet als je iets doet op een social netwerksite zoals LinkedIn, Twitter of Facebook.

In Duitsland willen ze het mogelijk werkgevers gaan verbieden om op de Facebook pagina van sollicitanten te kijken. Omdat daar dus, voor de betreffende functie, niet actuele of relevante privé-informatie op kan staan. Zakelijke websites, zoals LinkedIn en Googlen mag nog wel. In Nederland is er nog geen wet op dit gebied. Wel een sollicitatie code (.PDF). De code schrijft over het Googlen onder andere dat er aandacht moet zijn voor:

  • de privacy van de sollicitant wordt gerespecteerd
  • de werkgever is zich ervan bewust dat informatie die via internet is verkregen, niet altijd betrouwbaar is
  • de informatie die online is verzameld, wordt indien relevant aan de sollicitant meegedeeld met uitdrukkelijk vermelding van de bron en wordt met de sollicitant besproken.

Ik hoor zelf van werkgevers dat het Googlen tegenwoordig bijna standaard onderdeel uit maakt van de sollicitatie procedure. Wat ik nog niet vaak hoor of lees is dat dit inderdaad kenbaar wordt gemaakt vooraf (wat wel het advies is van Internet Rechtsdeskundige Arnoud Engelfried). Of dat tijdens een procedure of gesprek wordt gerefereerd naar gevonden informatie, al dan niet om opheldering over bepaalde feiten te vragen.

Dat LinkedIn puur zakelijk zou zijn en Facebook puur privé is steeds meer achterhaald. Mensen delen hun LinkedIn netwerk met familieleden en voegen (oud) collega’s toe als vrienden op Facebook. Op je werk vertel je over je vakantie en vind je het ook leuk om er wat foto’s bij te laten zien. De ‘privacy’ opties van de websites zullen het ongetwijfeld steeds beter toelaten om te bepalen wat je zichtbaar maakt voor wie. Maar het belangrijkste blijft de vraag wat doe je en waarom doe je de dingen die je doet? In hoeverre kun je je werk onderdeel laten zijn van wie je bent en wilt zijn?

En nog belangrijker: beoordeel anderen niet te snel. Denk even twee keer na als je iets gelezen of gezien hebt. Geef mensen feedback op hun online identiteit of vraag door op iets dat je gezien hebt. Het zal je zelf en anderen bewust maken van de kansen (en risico’s). In wetgeving moeten we het denk ik niet gaan zoeken.

personal branding: Anton Geesink

28 augustus 2010 - Door: Tom Scholte

Gisteren is Anton Geesink overleden. Een ‘vechtjas die bestuurders vloerde‘ zoals de Volkskrant het mooi omschrijft. Geesink is voor mij een sportlegende en symbool van eigenheid. Een paar weken geleden stond er een artikel over Geesink in de Volksrant waar de site nu ook weer aan refereert en wat me bijzonder raakt. Het raakt me omdat het zo goed duidelijk maakt dat het resultaat wat je boekt extra respect afdwingt als je er op de juiste manier mee om gaat:

Het nieuws komt naar je toe tegenwoordig. Dat is een beetje het credo van de social media. Je hoeft niet meer op zoek te gaan naar wat er in de wereld gebeurt, dat merk je vanzelf wel. En zo is Tineke Huizinga vandaag Trending Topic op Twitter. En als er personen trending topic zijn, dan ben ik altijd benieuwd welke prestatie ze hebben geleverd om dit te bereiken. Blijkbaar hebben ze iets gedaan. Trending topic betekent namelijk het meest besproken onderwerp. Op Twitter welliswaar. Maar daarmee ook (een wellicht iets vertekende) weergave van offline conversaties.

Om erachter te komen wat Mw. Huizing voor opzienbarends heeft gedaan even naar Google nieuws:

De minister heeft een privéjet gepakt om van haar vakantie een vergadering bij te wonen. En dat klopt niet in het beeld of de verwachtingen die menig Nederlander bij een minister (van Vrom) heeft. En dus heeft iedereen daar gelijk een mening over. Bekend en onbekend Nederland reageert:

Vrijwel alle reacties zijn afkeurend. Er zijn een paar mensen die zegen dat ze zich er niet druk over maken. Maar door te zeggen dat je je er niet druk over maakt, heb je er in ieder geval al tijd en energie aan besteed. Meer reacties lees je via search.twitter.com.

Mensen praten graag over andere mensen. En opvallen doe je door af te wijken van verwachtingen en patronen. Gewoon goed ministerschap, adviseurschap of wat je dan ook doet is een voorwaarde. Maar niet voldoende. Opvallen kan ook door andere dingen doen dan mensen verwachten die wel positief gewaardeerd worden. Misschien dat er minder mensen over je praten. Maar op de aandacht die Mw. Huizinga krijgt zit je toch niet echt te wachten. En waar en door wie zou Mw. Huizinga vanaf nu gevraagd worden?

Vandaag hoorde ik op de radio de presentator aan een beller vragen:”wat doe je voor werk?” De beller antwoordde “ik zit in de zorg”. Dat is eigenlijk een heel vreemd antwoord waarmee zij zichzelf en haar omgeving tekort doet. Ze gooit namelijk alle mensen die op alle mogelijke manieren zich met de zorg voor anderen bezig houden op een grote hoop. Het gesprek over haar werk, over een tijdsbesteding van waarschijnlijk ergens tussen de 24 uur en 40 uur per week was met de opmerking “ik zit in de zorg” ook gelijk afgelopen. (En dit was waarschijnlijk ook gebeurd als iemand had gezegd: ik zit in de bouw, of ik zit in de verzekeringen).

Ze is trouwens ook niet de enige die ‘in de zorg zit’. Bij het intypen bij Google ‘ik zit in de…’ krijg ik de aanvulling ‘..zorg’ cadeau. Met een slordige 39.900 zoekresultaten als gevolg.

En tot mijn grote verbazing is zoekresultaat 1: www.ikzitindezorg.nl. Je bedenkt het niet. Een website om mensen te enthousiasmeren om ook ‘in de zorg te gaan zitten’. Met mensen op een stoel, en een lege stoel…

Met een beetje personal branding had de beller ook kunnen zeggen:

  • ik maak mensen beter, of
  • ik breng wat plezier en afleiding in het leven van zieke mensen, of
  • ik zorg ervoor dat een aantal mensen elke dag een glimlach op hun gezicht krijg, of
  • ik luister naar mensen en geef ze aandacht, of
  • wat het dan ook is wat ze doet om het voor haarzelf en de menen voor wie ze het doet van betekenis te laten zijn.

Why everyone is sick of Lebron James

20 augustus 2010 - Door: Tom Scholte

LeBron James ook wel “King James” genoemd, geldt voor de meeste deskundigen als een van de meest getalenteerde basketballers in het midden van het eerste decennium van de 21e eeuw. Hij begon zijn carrière in de NBA in 2003 bij de Cleveland Cavaliers. In zijn eerste jaar werd hij gekozen tot Rookie Of The Year met een gemiddelde van 21 punten, 6 assists en 5,5 rebounds. Daarmee was hij de jongste speler die die titel ontving in de historie van de club. Tweemaal werd hij gekozen tot most valuable player (MVP – meest waardevolle speler) van de NBA. (Wikipedia)

Maar waarom is iedereen zo ziek van Lebron James dat ze op straat, de door hun gekochte, shirts met zijn naam er op verbranden?

En er zijn talloze filmpjes op Youtube te vinden waar mensen dit voorbeeld volgen. Het ging vorige maand mis met deze geweldige basketbalspeler.

Lebron James speelde de afgelopen jaren voor de Cleveland Cavaliers. Hij bleek niet alleen goed in basketbal, maar ook in (online) personal branding. Hij bouwde over de periode van een aantal jaar een geweldige band op met de fans van de club en dus ook met zijn eigen fans. Onder andere via zijn website,en Facebook (ruim 3 miljoen fans) versterkte hij zijn status van superheld. Naast het feit dat hij natuurlijk ook gewoon heel erg goed is.

In juli ging het dus. Lebron James organiseerde, of kocht een TV uitzending van 60 minuten om een belangrijke mededeling te doen. Het bijzondere is dat hij dus zelf deze manier van het communiceren van zijn boodschap heeft gekozen. Via TV vertellen ik ga naar een andere club (Miami Heat). De belangrijkste reden die Lebron James aandroeg voor zijn overstap is dat hij prijzen wil winnen. En hij verwachtte dat dus niet haalbaar zou zijn met zijn oude club. In onderstaand filmpje een  samenvatting van de TV uitzending.

James maakte echter de fout door alleen aan zichzelf te denken, en niet of onvoldoende aan de talloze fans die hij door de jaren heen had verzameld. Die fans hadden zich verzameld en keken naar de TV uitzending. En de fans waren dus niet fans van de persoon Lebron James maar van de Cleveland Cavaliers speler.

Uit de reactie van de fans is duidelijk dat ze een overstap van een topspeler van hun club kunnen begrijpen. Maar dat het vooral de manier is waarop hij zijn besluit heeft uitgedragen die in het verkeerde keelgat is geschoten. Een jarenlange opgebouwde band en reputatie is binnen 1 uur door hemzelf vernietigd. Hij praat alleen over zichzelf, over wat hij wil, en hoe hij prijzen kan winnen. Niet over de manier de gevolgen die dit voor zijn oude club en zijn (oude) fans zal hebben. En zijn er dus naast de filmpjes ook blogs (Why everyone is sick of Lebron James en LeBron James: when does personal branding go too far?).

Lebron James is inmiddels bewust van de schade die hij heeft aangedaan. Hij is een Twitter pagina gestart waar hij in amber anderhalve maand tijd 657.161 volgers verzamelde. En ook met zijn website staat nog wat te gebeuren. Daar wordt gemeld: “The launch date is nearing for the future online home of LeBron James. As we develop the experience, be sure to come back regularly as we’ll update you throughout the summer.”

Ik ben beniewd of en hoe Lebron James de komende tijd zijn personal branding verder vorm gaat geven. Ik hoop voor hem dat hij zich op sportief gebied kan laten gelden, dan komt de rest waarschijnlijk ook wel weer goed.

Afgelopen juni heeft Joris Coppes voor zijn afstudeerscriptie de ‘Wagner Group | Sport Management Institute-award’ gewonnen. Hij kreeg een negen voor zijn scriptie. Komend jaar mag hij naar een internationaal congres in Amerika om zijn scriptie te vertonen. Zijn onderwerp? Personal branding van de Nederlandse topsporter door middel van Social Media. (SportKnowHow)

Het onderzoek van Coppes ging om de vraag: “kunnen Nederlandse topsporters via sociale media een eigen personal brand opbouwen?” Het antwoord op deze vraag bleek ‘ja’ te zijn.

Het onderwerp topsport en social media (of online personal branding, of wat voor naam je het precies geeft) boeit me mateloos. Scholte Personal Branding heeft ook een kleine bijdrage aan het onderzoek mogen leveren door met een aantal topsporters het personal brand assessment uit te voeren.

Een sporter, zo zou je denken, ontleent zijn autoriteit en reputatie aan haar resultaten. En daar zie ik natuurlijk een link met professionals in het bedrijfsleven en bij de overheid. Als je goed bent, dan kom je vanzelf wel boven drijven. Maar bij sporters gaat het natuurlijk verder. Mensen zijn gek van sport en van het kijken naar sport. En mensen zijn dus ook gek van ‘hun’ sporters te zijn. Social media heeft de afstand tot veel sporters geminimaliseerd tot een enkele muisklik. Nieuws komt niet meer exclusief van journalisten die met hun perskaart een sporter hebben weten te bereiken. Nieuws komt van sporters zelf en daar kun je dan als ‘fan’ op reageren. In de hoop daar weer een reactie op te krijgen.

Dat een sporter, zeker een topsporter grote aantallen volgers op Twitter en ‘fans’ op Facebook kan verzamelen is me wel duidelijk. Maar waarom zou een sporter dat doen? Ik vroeg het vandaag aan Coppes. Zijn antwoord is op te delen naar drie groepen.

  1. ten eerste voor de sporter zelf, het is een vorm van waardering om veel volgers te hebben. De volgers, vrienden en fans kunnen direct een bericht bij de sporter achterlaten: meeleven tijdens een blessure, succes wensen voor een wedstrijd of feliciteren met een behaald resultaat. Maar het gaat verder, de sporter heeft de kans om meer van haarzelf te laten zien. Welke persoon gaat er schuil achter een medaille winnaar. Om hier achter te komen was je vroeger echt overgeleverd tot de journalistiek. Nu kunnen (met de nadruk op kunnen) sporters zelf werken aan het beeld dat anderen van hen heeft. En waarom zouden ze dit doen? Omdat ze zowel tijdens hun carrière als daarna meer kunnen en willen doen dan alleen sporten. Sowieso eindigt de sportloopbaan een keer. Maar ook tijdens de sportcarrière vinden sporters het leuk om bijvoorbeeld clinics te geven, lezingen te verzorgen, interviews te geven, maatschappelijk relevant bezig te zijn of voor een sponsor actief te zijn.
  2. voor de sponsor dus, voor veel profsporters degene die hun salaris betaalt. Online presence is aandacht, is een manier om de ‘merkwaarden’ van de sporter, maar ook die van de sponsor te communiceren. En dan hoeft dit niet eens doorspekt te zijn met de naam van de sponsor. Online activiteit kan ook bijdragen aan de offline bekendheid van de sporter
  3. de ‘fans’, de volgers de mensen zoals jij als ik die de sporters bewonderen en die het geweldig vinden om te volgen wat hun helden doen. En het helemaal leuk vinden als een (oud)sporter af en toe terug praat.

En daar moet ik Coppes wel gelijk in gelijk in geven.

personal branding draait om beeldvorming

16 augustus 2010 - Door: Tom Scholte

‘Populaire first lady of verwende prinses’ kopte een artikel in de Volkskrant afgelopen zaterdag. Met als ondertitel: ‘Michelle Obama is geliefder dan haar man Barack. Een vakantie in Spanje is de Amerikaanse first lady op kritiek komen te staan.’ Stel dat ze een maand door Azië was gaan reizen, dan had ik me hier iets bij voor kunnen stellen. Maar een tripje naar Spanje?

Wat is er precies aan de hand? De Obama’s hadden de trip naar Spanje helemaal zelf betaald. En toch vonden critici in de VS dat dit buiten alle proporties was. Het land is in crisis, de werkloosheid bedraagt bijna 10% en dan zij een beetje op vakantie. Na de positieve waardering die Michelle Obama afgelopen jaar heeft ontvangen, is er dus nu kritiek. ‘Als Michelle graag een leeg strand wilde, had ze beter naar de Golf van Mexico kunnen afreizen, had ze met haar meiden een paar pelikanen kunnen schoonmaken’ schrijft Maureen Dowd in de NY Times. Ze schrijft verder ‘She [Obama] seemed to be gigging her husband a bit: I’m going to do what I want to do. I can’t worry about whether it gives the Tea Partiers ammo or makes Democrats (including you) campaigning against the excesses of the rich look hypocritical. Even if the country is sliding into a double-dip recession, I’m going abroad to a five-star hotel on Air Force Two and give a boost to another country’s economy.’

Dowd onderschrijft haar oordeelsvorming met: ‘In politics and pop culture, optics are all. ‘; In politiek en popcultuur draait alles om beeldvorming. Wel, helaas is het niet meer alleen in politiek en popcultuur. Ook in ons dagelijks leven maken we keuzes voor producten, diensten en mensen op basis van beeldvorming. We laten ons bewust en onbewust de hele dag door beïnvloeden en nemen maar weinig rationele keuzes. En zo beoordelen we ons zelf en anderen ook. Personal branding is het spel om de beeldvorming te beïnvloeden. Maar personal branding maakt je ook bewust van je eigen (voor)oordelen waardoor je anders keuzes zult maken. Dus… door welke vakanties of acties van anderen heb jij je een oordeel over hen gevormd?

3 tips voor Annemarie Appelman

15 augustus 2010 - Door: Tom Scholte


Annemarie Appelman zoekt een baan. Ze is daarin niet uniek. Haar aanpak is echter wel opvallend te noemen. Nadat eerder onder andere de Telegraaf over Annemarie schreef, zal er volgende maand ook een artikel in de Yes over Annemarie verschijnen. Vanuit personal branding oogpunt mocht ik voor dit artikel ook mijn tips en adviezen geven.

Het ‘opvallen’ van de aanpak van Annemarie werkt. Een website maken, aangevuld met een LinkedIn profielFacebook pagina en Twitter account helpt overduidelijk met het verwerven van aandacht. De aandacht heeft er zelfs toe geleid dat Annemarie uitgenodigd wordt voor sollicitatiegesprekken waar ze niet zelf voor gesolliciteerd heeft. Vertellen wie je bent en wat je zoekt en voor andere mensen kunt betekenen helpt je dus.

Toch zie ik nog een aantal kansen die door Annemarie (en wellicht door andere banenzoekers) benut kunnen worden:

1. het online creeren van waarde en waarmaken van je belofte
Wat je offline doet kun je ook online doen: van toegevoegde waarde zijn voor anderen. Door het geven van adviezen, het oplossen van problemen of het delen van kennis kun je relevant zijn voor anderen. ‘What’s in it for them‘ zeg maar. De blog en Twitter van Annemarie gaan over Annemarie. Daar is op zich niets mis mee want we krijgen wel degelijk een beeld van wat voor persoon er achter deze activiteiten schuilt gaat. Ook de artikelen die Annemarie schrijft voor andere blogs gaan over Annemarie of over solliciteren. Annemarie kan ook gaan bloggen en twitteren over project management, office management of juist de branche waarin ze wil werken. Op die manier is ze relevant voor potentiële werkgevers. Nu zijn de online activiteiten vooral relevant voor andere werkzoekenden en arbeidsmarkt en carrière organisaties, bladen en websites.

2. heel goed duidelijk maken waar je goed in bent
Een merk, en dus ook een ‘personal brand’ heeft functionele en emotionele waarde. Functionele waarde van een professional kunnen zijn: het schrijven van teksten, het bouwen van een website, het geven van leiding aan een team, het verzorgen van een training, het ontwerpen van een gebouw enzovoort. Het zijn activiteiten, werkzaamheden gerelateerd aan producten en resultaten. Bijvoorbeeld een tekst, website, gemotiveerde medewerkers, een tekening enzovoort. De manier waarop mensen in eerste instantie bij jou en dus ook bij Annemarie komen zijn die ‘functionele waarden’. Zeker als mensen je nog niet kennen, komen ze bij je met een vraag (of vacaturetekst). Deze functionele waarden zijn meetbaar, vergelijkbaar en waarneembaar. Vaardigheden en eigenschappen zoals luisteren, overal het positieve van inzien, op een hoog tempo kunnen werken en efficiënt werken zijn zeer waardevol, maar zijn juist je persoonlijke merkwaarden. De dingen waarmee je invulling geeft aan je werkzaamheden. Wat Annemarie wil en kan, mag dus nog specifieker: noem 1 (of maximaal 3) functie’s die je wilt vervullen. En noem daarnaast je top 3 werkzaamheden of activiteiten waar je heel goed in zijn. Laat dit waarneembare en meetbare werkzaamheden zijn. Dit zijn ook de dingen die je vrienden, familie en zakelijk netwerk op borrels, feestjes en toevallige ontmoetingen over je moeten kunnen vertellen.

3. nog meer positiviteit
Annemarie geeft al aan dat dit hele project haar zelfvertrouwen en positiviteit heeft doen groeien. En dat straalt haar site in ieder geval overwegend ook uit. Ze staat vrolijk en hartelijk op de foto’s en de pagina’s: wie ben ik, wat kan ik en wat wil hebben ook een positieve insteek: beschrijven wat Annemarie wel kan en wel wil. En dan opeens: Alle afwijzingen op een rij (29 tot op de dag van vandaag). Deze afwijzingen zijn echter helemaal niet relevant voor potentiële werkgevers. Ook hier geldt weer dat het leuk en motiverend kan zijn voor andere mensen die een baan zoeken (dat het aantal van hun afwijzingen nog meevalt). Net als dat op de pagina: wat kan ik, niet staat vermeld wat Annemarie allemaal niet kan, hoeft ook niet vermeld te worden welke banen ze allemaal niet gekregen heeft. Datzelfde geldt voor de meldingen van vertrek op de LinkedIn pagina:

  • Reden vertrek: geen enkele mogelijkheid tot doorgroeien gecombineerd met een duidelijk andere opvatting over personeelsbeleid dan het management zelf.
  • Reden vertrek: ondanks creatieve, fijne mensen is puur commercieel werk voor mij geen motivatie voor de lange termijn.
  • Reden vertrek: ondanks de fijne, gepassioneerde mensen was het individuele werken en het commerciële doel voor mij geen motivatie voor de lange termijn.

Draai deze redenen om, al dan niet gekoppeld aan de functie die er op volgde: welke resultaten heb je binnen je functie gehaald waar je trots op bent en die je bij een andere werkgever ook wilt realiseren. Wat heb je allemaal uit die functie kunnen halen en wat heb je allemaal kunnen brengen? Nog meer positiviteit en nog meer focus op wat je wel hebt gedaan, wel hebt bereikt en wel leuk vindt.

koppel je LinkedIn aan je Facebook profiel

12 augustus 2010 - Door: Tom Scholte

Een koppeling tussen LinkedIn en Facebook, waar zou dat handig voor kunnen zijn? Er zijn meer mensen actief op Facebook en ze brengen er ook meer tijd door dan op LinkedIn. Uit onderzoek, blijken de verschillen aanzienlijk (zie onderstaande tabel)

1 Het percentage van de internetpopulatie dat deze social media website kent. (geholpen naamsbekendheid) 
2
Het percentage van de internetpopulatie dat zegt een profiel / lidmaatschap bij deze social media website te hebben.
3 Het percentage van de internetpopulatie dat zegt deze social media website in de afgelopen maand te hebben gebruikt.
4 Aantal actieve gebruikers van deze social media website vermenigvuldigt met hun gemiddelde gebruiksintensiteit (uren per maand) 
5
Het percentage van de huidige gebruikers dat verwacht in het komende jaar meer of minder gebruik te maken van deze social media website.

Als ik kijk naar het gebruik van de social netwerk sites door de mensen in mijn netwerk, naar mijn eigen gebruik en naar de functionaliteiten lijkt er een duidelijk verschil in het gebruik van de sites. Facebook wordt gebruik voor ‘privé’ doeleinden en LinkedIn zakelijk. Dit is natuurlijk een gek en achterhaalde gedachtengang. Alsof werk en privé gescheiden zijn. Ja dit was misschien vroeger zo. En het is misschien nog zo voor mensen die alleen naar hun werk gaan om maandelijks hun salaris te ontvangen en daar vervolgens leuke dingen mee te gaan doen. Veel meer mensen gaan naar hun werk om daar uitgedaagd te worden en om zich te kunnen ontwikkelen.

De scheiding tussen werk en privé is en hoeft dan ook niet meer zo strak te zijn. Er wordt steeds meer flexibel en ook thuis gewerkt. Waarom dan twee aparte social netwerk sites? Daarmee lijkt het actief op LinkedIn zijn een soort zakelijke verplichting waar je wellicht vooral tijdens werktijd mee bezig bent. En dan ga je ‘s avonds thuis gezellig op Facebook met je vrienden praten.

En hoewel Facebook aanzienlijk meer gebruikers en gebruiksmogelijkheden heeft, is daar nu de mogelijkheid tot een koppeling met LinkedIn. Dan kun je je vrienden in ieder geval laten weten wat je op je werk doet. Je kunt gemakkelijk een tabblad in je profiel aanmaken. Lees hier hoe je dat doet. Ik ben benieuwd wanneer LinkedIn het ons mogelijk maakt om ons zakelijk netwerk te vertellen wat ons nog meer bezig houdt dan wat we op ons profiel kwijt kunnen.

41% bedrijfsleven stimuleert online personal branding

11 augustus 2010 - Door: Tom Scholte

Uit een uitgebreid onderzoek van King Fish Media blijkt dat 41% van de Amerikaanse bedrijven individuele medewerkers stimuleert online actief te zijn. Ruim tweederde van de gevraagde bedrijven zetten social media in om de organisatie als geheel te promoten. Dat is aanzienlijk meer dan de 41% die ook medewerkers individueel stimuleert om zichzelf online te ‘promoten’. Toch vind ik dit een hoge score. Bij Nederlandse bedrijven hoor ik het namelijk nog zelden dat individuen actief gestimuleerd worden om zich online te manifesteren.

Wat me daarbij wel opvalt is dat het hele social media gebeuren nog voornamelijk onder de verantwoordelijkheid van marketing valt. Bij nog geen kwart van de bedrijven valt het onder algemeen ‘management’. Misschien logisch vanuit de oorspronkelijke internet inzet: reclame maken. Maar een gemiste kans om juist (zo goed als) alle medewerkers in te zetten om zichzelf en daarmee hun werkgever, producten en diensten positief te manifesteren. Elk zichzelf respecterende professional heeft inmiddels een LinkedIn account en daarop op zijn minst enkele tientallen connecties.  Als vanuit (strategisch) management de online personal branding richtting gegeven zou worden, zou die marketing wellicht niet meer nodig zijn.