Tot een paar jaar geleden had Philips de slogan: ‘Let’s make things better‘. De eerste vraag die zo’n slogan oproept, is of deze voor de interne medewerkers bedoelt was. Of dat de stelling gericht was op de (potentiële) kopers van hun producten. Duidelijk was dat het Philips ging om de kwaliteit. Heel erg goede producten maken. Misschien wel de beste producten in hun soort.
Deze koers wordt ook nog door veel professionals gevolgd: de beste in hun soort willen zijn. En een focus op kwaliteit is natuurlijk een voorwaarde om gekozen en gevraagd te worden. Zowel binnen je organisatie als door externe opdrachtgevers. Die kwaliteit van je werk, de inhoud, is echter niet meer voldoende om onderscheidend te zijn.
Het is niet alleen een veranderd inzicht, het is ook de ontwikkeling van zowel de kwaliteit van producten, de toegang hiertoe en de vergelijkbaarheid. Als ik een 56 inch kleuren televisie zoek ga ik niet gelijk naar de dichtstbijzijnde elektronicazaak. Ik ga bijvoorbeeld naar Beslist.nl. Daar zoek ik op product en eigenschappen en zie dat een dergelijke televisie van verschillende merken in verschillende prijsklassen aanwezig is. En dan is het maar zeer de vraag of de Sweex van minder kwaliteit is dan de Philips.
En zo is het ook met professionals en professionele dienstverleners. De kwaliteit, de toegang tot en de vergelijkbaarheid op functionele kenmerken is veranderd. En daarmee is een focus op alleen de kwaliteit: heel goed en heel hard werken levert wellicht hele goede producten, maar dat is niet meer genoeg.
Philips koos in 2004 een andere koers, de koers van het gevoel en de beleving: sense and simplicity. In het bovenstaande filmpje komen de producten niet eens meer in beeld. De kwaliteit van de producten zal er niet minder op geworden zijn. Volgens Interbrand heeft deze koerswijziging de merkwaarde van Philips tussen 2004 en 2009 doen verdubbelen.
Het leveren van kwalitatieve goede producten en diensten is uiteraard de voorwaarde. Maar ook professionals zijn tegenwoordig makkelijker vergelijkbaar. En moeten dus een meerwaarde bieden in de dingen die ze doen, de verhalen die ze vertellen. Om op deze manier een gevoel en beleving te creëren om onderscheidend te zijn en bewust gekozen te worden.
Andre Agassi was 20 jaar professioneel tennisser. Een keuze die zijn vader voor hem gemaakt had nog voordat hij geboren was. Toen hij 6 was moest hij elke dag 2.500 ballen slaan die door een machine (De Draak) op hem af werden gevuurd. Hij had talent, hij had de wil om altijd te winnen en daarnaast zijn vader die dagelijks tegen hem stond te schreeuwen dat hij harder moest slaan.
In “Open, een autobiografie”, beschrijft Agassi zijn leven van zijn 6de tot zijn 36e. Het boek heeft me van de 1e tot de 469e bladzijde geboeid. Het is me ook nogal een leven wat Agassi heeft gehad. En vooral het feit dat hij tennis altijd gehaat heeft, maakt het zo’n bizar verhaal. Agassi is altijd geleefd en heeft eigenlijk geen een beslissing zelf kunnen nemen. Dit veranderde op het moment dat hij met zijn foundation is begonnen. Al tijdens zijn actieve loopbaan vond hij een doel om voor te tennissen. Een doel om zijn naam zo groot mogelijk te maken en zoveel mogelijk geld bij elkaar te spelen. En dit doel was, hoe kan het ook anders, het bieden van kansen aan kinderen. Tennis werd een middel om zijn persoonlijke doelen na te streven en te realiseren. Om anderen iets te bieden wat hij zelf niet gehad heeft. Een inspirerend boek dat ik van harte kan aanbevelen, ook voor mensen die niets met tennis hebben. Inspiratie voor mensen die iets van hun leven willen maken, maar ook stof tot nadenken voor mensen die denken Agassi te kennen of een mening over hem hebben.
Het is Agassi gelukt om meer te zijn dan de tennisser. Het is wel een voortdurende zoektocht geweest van tientallen jaren, maar hij heeft heel aardig gevonden wie die is en wat hij daar mee wil, en dat is indrukwekkend om te lezen.
Agassi was eind vorig jaar ook bij De Wereld Draait Door. Zie ook het verschil tussen de mensen Krajicek en Agassi in het filmpje. Ben benieuwd wat jij daarvan vindt.
Wat is jouw eerste online activiteit als je wakker wordt? Dat lijkt op zich een vraag van weinig betekenis. Het antwoord op deze vraag blijkt echter wel degelijk een relatie te hebben met hoe je in je werk staat. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat mensen die ‘s ochtends als eerste hun mail checken taak-georiënteerd zijn. Daarnaast zijn deze mensen functioneel ingesteld: op zoek naar relevante informatie en antwoorden op vooraf geformuleerde vragen. Mensen die echter de dag beginnen door een social network site als Facebook, Twitter of LinkedIn te bezoeken, zien dit ook gedurende de rest van de dag als een belangrijk medium om informatie te delen.
Mensen die de dag met een bezoek aan een social network site beginnen verbinden zich op een andere manier aan organisaties, producten en… mensen. Mensen die informatie op social netwerk sites delen blijken dit ook te doen vanuit een andere reden: ze geven meer om degene(n) met wie ze het delen. Wordt informatie via e-mail gedeeld, dan heeft het weer meer een functioneel karakter.
Om jezelf een personal branding mindset aan te meten, kun je beginnen met de dag te beginnen met het checken van social netwerk sites. Die mail komt later wel. Denk en werk volgens het ‘delen’ principe en ga uit van de ander en niet vanuit jezelf en vanuit het functionele alleen. Wat kun jij op welke manier voor anderen betekenen? Het aardige van delen via social network sites is dat informatie langer en voor meer mensen beschikbaar is. Ook is het voor anderen makkelijker te vinden en weer verder te delen.
Nederland won gisteren met 2-0 van Denemarken. Nou heb ik zelf geen verstand van voetbal. Er was echter wel iets dat me opviel bij een aantal mensen die voor een camera hun mening over de wedstrijd mochten geven. En dat was de opmerking of van Marwijk het beste team had opgesteld of de beste spelers. Deze vraag spreekt me aan omdat ik denk dat deze vraag in organisaties te weinig gesteld wordt. In veel gevallen wordt een medewerker aan een functie gekoppeld (rechts back, links back, rechts half, etc) zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kwaliteiten van een professional. En dat terwijl veel organisaties daar vaak aanzienlijk meer ruimte voor bieden dan een voetbal elftal. Zeker bij organisatieveranderingen, fusies of saneringen hebben organisaties te maken met een gegeven aan medewerkers (spelers). Maar ook in andere situaties komt het vaak voor dat verwachtingen niet duidelijk worden geformuleerd of niet aansluiten bij de talenten en eigenschappen van de professional.
Voorwaarde voor het kunnen opstellen van het beste team is kennis en oprechte interesse in de medewerkers. Je mag je omgeving natuurlijk wel helpen om jou en je talenten en toegevoegde waarde optimaal te leren kennen. De omschrijving van de posities hier, biedt een mooi startpunt om jezelf eens te omschrijven. Sowieso werken metaforen vaak goed om uit te leggen wie of wat jouw rol in een team kan zijn.
Tja, “what’s in a name”? Dat vraag ik me nogal eens af. Shakespeare schreef (Act II, scene II, regel 45) er al over in Romeo en Juliet. Sinds afgelopen week kun je op de databank voornamen van het Meertens Instituut kijken hoe vaak jouw voornaam, per geboortejaar, voorkomt in Nederland.
In de tijd van Shakespeare maakt het ook minder uit. Nu is er Internet. Nu Googlen mensen zichzelf en anderen. Het hebben van een naam die iemand anders ook heeft is nu dus een groter probleem dan 10 (en 400) jaar geleden. Al sinds 2007 zijn er steeds meer ouders die de domeinnamen van hun kinderen vastleggen. Steeds meer mensen (vooral jongeren) zijn wel bewust bezig met wat er over hen op Internet verschijnt. Daar los je het probleem van de online identiteit van je naamgenoot echter nog niet mee op.
Nu is een naam dus wel van belang. En vooral de zoekresultaten bij jouw naam. Dat heel snel duidelijk wordt welke zoekresultaten bij jou horen en welke bij je naamgenoten.
Je kunt twee dingen doen op het moment dat je een naamgenoot met een sterke online identiteit (Opletten alle Tom Scholte’s) hebt.
In de eerste plaats verschillende online activiteiten aan elkaar linken met directe links. Dat je van het ene profiel, naar je andere profiel, weblog of website kunt doorklikken. Dan hoeven menen zelf niet te zoeken wat bij elkaar hoort. Dit kun je verder nog aanvullen door op al je profielen en pagina’s gebruik te maken van dezelfde foto. Ook dan weten mensen dat het om dezelfde persoon gaat. En dan bij voorkeur je ‘professionele’ foto ook op de minder professionele profielpagina’s.
Een tweede optie is een toevoeging aan je naam. Dat kan bijvoorbeeld een letter zijn zoals Peter R. de Vries (www.peterrdevries.nl) of de oplossing van zijn broer Wouter de Vries Jr. Je kunt ook een rol, eigenschap of functie aan je naam koppelen: “Trainer Jan de Boer”, “Creatieve Marieke Jansen” of de “Motivator Gerrit de Bruin”.
Dit kun je dan doorvoeren in je domeinnaam en je profielnamen.